Carmen à la carte en de tijdloosheid van het 'zigeuner'-stereotype

12 minutes to read
Article
Sara Van den Bossche
10/04/2018

"Zigeunerin" en femme fatale Carmen is de inspiratiebron voor een aantal recente boeken en televisieseries. Dit artikel laat zien dat de schrijvers/makers dankbaar gebruik maken van het clichébeeld van de verleidelijke, mysterieuze "zigeuner"-vrouw, dat ze voor feministische en maatschappijkritische doeleinden een lichte update geven.

Carmen, de 'zigeuner'-vrouw der 'zigeuner'-vrouwen

Ieder jaar houdt de Roma-gemeenschap op 8 april International Roma(ni) Day. Op die dag vieren Roma’s wereldwijd hun cultuur en memoreren ze de invoering van de term Roma als alternatief voor het pejoratieve en beledigende “gypsy”. Samen met de Sinti zijn de Roma de meest voorkomende “zigeuner”-groep in de Lage Landen, en een van de meest bekritiseerde en vervolgde bevolkingsgroepen in Europa. Tegelijk spreken de “zigeuners” al eeuwenlang tot de West-Europese verbeelding. Door de band genomen is de beeldvorming niet bepaald positief te noemen. “Roma characters are still an outlet for fantasizing and demonizing the ‘Other’”, merken Brian W. Sturm en Meghan Gaherty (2013, p. 116) op. Schrijvers en kunstenaars tonen zich inderdaad gebiologeerd door ongrijpbare “zigeuner”-figuren, en die fascinatie werkt tot op de dag van vandaag door. In dit artikel ga ik na met welke beelden van “zigeuners” jongeren in hedendaagse media te maken krijgen.

Om dat te achterhalen bespreek ik drie variaties op het “zigeuner”-thema, zoals dat gestalte krijgt in vrouwelijke personages. De aanleiding hiervoor vormt de Netflix-serie Gypsy (2017). Daarin vertolkt Naomi Watts de rol van een psychologe die een riskant spel speelt met de emoties en de grenzen van het privéleven van haar patiënten. De verhaallijnen uit Gypsy breng ik meteen in verband met de “zigeuner”-vrouw aller “zigeuner”-vrouwen, Carmen. Eindigen doe ik met een analyse van een hedendaagse jeugdliteraire versie van de vrouwelijke “zigeuner”-figuur.

Femmes fatales in overvloed

Met de titel Gypsy schrijft de Netflix-reeks zich uitdrukkelijk in een traditie van “zigeuner”-gerelateerde beeldspraak in. Aanvankelijk is niet helemaal duidelijk op wie de term uit de titel precies slaat. Twee van de prominente vrouwelijke figuren uit de serie lijken voor de kwalificatie “gypsy” in aanmerking te komen: psychologe Jean Holloway en Sidney, de ex van Jeans patiënt Sam. 

Jean (links) en Sidney (rechts) in de Netflix-serie "Gypsy"

In eerste instantie komt de succesvolle Jean als onberispelijk over. Daardoor is het aannemelijk om het etiket te koppelen aan Sidney, de vrijgevochten vriendin op wie Sam maar geen vat lijkt te krijgen. Ze zingt bij een band – met de symbolische naam Vagabond Hotel – en probeert te leven van haar muziek. Ze leeft in het nu en wil haar toekomst niet vastleggen. Daarover zegt Sidney: “Mensen plannen om zich veilig te kunnen voelen. Het biedt geen zekerheid.” Voor haar is een onzeker bestaan de enige mogelijke manier om te leven. Sam lijkt betoverd door Sidney. Hij beseft dat ze geen serieuze verbinding wil aangaan, wat hem het gevoel geeft dat ze een spel met hem speelt.

Jean gaat mee in zijn interpretatie. Ze ziet Sidney als een meedogenloos type, dat veel macht heeft over de mensen in haar omgeving, en “iedereen die haar pad kruist” tot een “slachtoffer maakt”. Op basis van Sams beschrijvingen typeert ze Sidney als “zo’n onafhankelijke, vrije geest”. Ook Jean raakt geïntrigeerd door Sidney en zoekt contact met haar op. Jean associeert Sidney met de kleur indigo, die ze fascinerend vindt omdat die “nauwelijks bestaat” en je ze zelf “moet verbeelden”. Sidney komt dus op Jean over als een fantasma. Ze lijkt veel weg te hebben van een mysterieuze femme fatale.

Carmen, de oer-"zigeunerin"

Vrouwelijke “zigeuner”-personages worden typisch als gevaarlijk en intrigerend afgeschilderd. Dit denkbeeld ontstond tijdens de Romantiek en het oervoorbeeld ervan is Carmen. Zij is een figuur die vooral bekend is dankzij de opera van Bizet (1875), maar geïntroduceerd werd in een kortverhaal van Prosper Mérimée ("Carmen", 1845). Exotisme en erotiek zijn de sleutelwoorden van het romantische “zigeuner”-beeld (Kommers, 2007, p. 173; Wolters, z.d.). Het bohémien-karakter van de “zigeuners” spreekt tot de verbeelding, daarvan getuigen “terugkerende thema’s als ontembare hartstocht (typisch belichaamd door femmes fatales), een nomadische levensstijl, en lak aan wetten en conventies.” (Van den Bossche, 2017, p. 71)

Het bohémien-karakter van de “zigeuners” spreekt tot de verbeelding

Carmen belichaamt het toppunt van erotiek en exotiek. Jonge lezers van vandaag kunnen met haar kennismaken dankzij een adaptatie van de novelle van Mérimée van de hand van Ed Franck (1996). 

Carmen in de versie van Ed Franck.

In zijn bewerking heeft Franck, ondanks dat hij zich bewust is van de stereotypische karakterisering, ervoor gekozen om de toon van Mérimées tekst te bewaren. Op die manier houdt de tekst de traditionele beeldvorming rond de erotische “zigeuner”-femme fatale dus in stand. 

Carmen wordt voorgesteld als een begeesterende, bedwelmende vrouw. Ze steelt, liegt, en bedriegt, en windt zonder verpinken alle mannen die ze ontmoet rond haar vinger. Haar minnaar don José Navarro raakt helemaal in de ban van de duivelse, doortrapte Carmen. Hij deserteert uit het leger en kiest op haar aansporen voor een vrij en avontuurlijk bestaan. Net als Sam uit Gypsy krijgt hij maar geen grip op zijn elusieve geliefde. Don Josés jaloezie drijft hem tot misdaden. Bovendien laat Carmen zich niet beteugelen, en ziet don José geen andere uitweg dan haar te doden. “Carmen is dus letterlijk een femme fatale voor José – zijn liefde voor haar heeft fatale gevolgen.” (Van den Bossche, 2017, p. 75)

Schimmenspel in Gypsy

De karakterisering van Sidney in Gypsy vertoont zichtbare gelijkenissen met die van de prototypische ontembare “zigeuner”-vrouw Carmen. De associatie wordt echt expliciet in een droomsequentie die speelt tegen de muzikale achtergrond van “Carmen (L’oiseau rebelle)” van Malcolm McLaren. Dat nummer bevat een sample van de bekendste aria uit de gelijknamige opera van Bizet. In deze scène wordt het effect dat Sidney op Jean heeft verbeeld: ze laat zien hoe Sidneys etherische natuur Jean in vervoering brengt. Door de manier waarop Sidney neergezet wordt, is het logisch om haar te verbinden met de “zigeuner” uit de titel van de reeks.

Poster van de Netflix-serie "Gypsy"

Gaandeweg wordt echter duidelijk dat het label ook van toepassing kan zijn op Jean. Zij werpt zich hoe langer hoe meer als onweerstaanbaar, ondoorgrondelijk, en ongrijpbaar op. Met elke wending in het intrige ontdekken we nieuwe, onverwachte kantjes van deze vrouw. Haar patiënten zien haar bijvoorbeeld als een tovenares met een glazen bol die wonderen verricht. De referenties naar waarzeggerij, een bezigheid die sterk met “zigeuner”-vrouwen geassocieerd wordt, zijn veelzeggend. De rol van heks is een van de archetypes die in de literatuur voor “zigeuners” voorbehouden zijn (Sturm & Gaherty, 2013, p. 107). Daarnaast worden ze ook typisch neergezet als romantische figuren, of dieven en leugenaars (p. 107). 

Acteren, liegen, en geheimdoenerij zijn Jeans tweede natuur geworden: ze speelt een uitgekiend schimmenspel

Ook Jean doet zich anders voor dan ze is. Ze voelt de drang om te ontkomen aan de verstikking van haar schijnbaar perfecte bourgeois bestaan. Geregeld geeft ze daaraan toe, met als resultaat dat ze een dubbelleven leidt en er verschillende identiteiten op nahoudt. Acteren, liegen, en geheimdoenerij zijn Jeans tweede natuur geworden: ze speelt een uitgekiend schimmenspel. We zien hoe ze repeteert voor haar uiteenlopende rollen en hoe ze haar persona’s zo goed uitwerkt dat ze er zelf in gaat geloven. Gedreven door een onstuitbaar verlangen naar vrijheid en macht – over haar partner, patiënten, en minnaars/minnaressen – manipuleert ze alles en iedereen rondom haar. Net als Carmen, en om dezelfde redenen, laat Jean zich niet in een enkel vakje duwen.

Meisje met viool

Gypsy teert dus op de prototypische metaforiek van de ontembare, hartstochtelijke, en gevaarlijke “zigeuner”-vrouw. Deze loopt als een leidmotief door het hele eerste seizoen van de reeks. In hedendaagse Nederlandstalige jeugdboeken over Roma en Sinti wordt diezelfde beeldspraak deels gereproduceerd (Van den Bossche, 2017). We zien echter ook dat sommige jeugdliteraire teksten een weerwoord bieden op dat geromantiseerde denkbeeld. Een illustratief voorbeeld van die ambigue houding is Vioolmeisje (2012) van Leny van Grootel. De tekst herhaalt sommige stereotypen kritiekloos en weerlegt andere dan weer.

Omslagbeeld van "Vioolmeisje"

Een makkelijk herkenbaar teken van de “zigeuner”-identiteit is de viool. Ook Van Grootel maakt er handig gebruik van. Sinds de Romantiek staat het instrument symbool voor de natuurlijke muzikale aanleg van veel Roma en Sinti. Met dat talent kunnen ze geld verdienen en in hun levensonderhoud voorzien. Het vertegenwoordigt tevens hun vrijheid. Het beeld van een groep rondtrekkende “zigeuners” die viool spelen rond een kampvuur staat in het collectieve geheugen gegrift en belichaamt hun onafhankelijkheid (Wolters, z.d.). Voor Jenika, de hoofdpersoon uit Vioolmeisje, betekent het instrument inderdaad een belangrijke bron van inkomsten. Op een figuurlijk niveau staat de viool voor traditie: het is het enige tastbare souvenir van haar overleden moeder. Door dit instrument met een sterke symbolische lading op te voeren, lijkt de tekst de clichés die eraan kleven dus te herhalen.

Het beeld van rondtrekkende “zigeuners” die viool spelen rond een kampvuur belichaamt hun onafhankelijkheid

Vioolmeisje vertoont verder tekenen van exotisering die rechtstreeks verband houden met de vioolmuziek. Wanneer de Roma samen viool spelen en enkele buitenstaanders daarop toekijken, valt op dat ze zich niet met de klanken en melodieën kunnen vereenzelvigen. De scène vangt aan met Jenika die begint te spelen en spontaan bijval krijgt: “Dan staat een van de omstanders op, heft zijn armen boven zijn hoofd en begint een vreemd ritme te klappen. Jenika pakt het meteen op en nu klinkt er onvervalste zigeunermuziek. In een mum van tijd is iedereen aan het dansen, steeds sneller en wilder" (Van Grootel, 2012, pp. 121-122). Termen als “vreemd” en “wild” laten zien dat de “gadze” (burgers) geen voeling hebben met de Roma-muziek. De scène illustreert zo de afstand tussen de culturen.

“Wie is toch dat mysterieuze meisje met die viool? […] Bloedmooi en betoverend is ze”

De titel van het boek lijkt Jenika te reduceren tot dit ene traditionele symbool van de Roma-identiteit. Ook de flaptekst insinueert dat Jenika de rol van een fille fatale zal gaan opnemen. Op de achteromslag lezen we: “Wie is toch dat mysterieuze meisje met die viool? […] Bloedmooi en betoverend is ze. Sinds hun ontmoeting lijkt Felix’ kalme leventje voorgoed veranderd”. Er wordt gesuggereerd dat Jenika een enorme impact op haar tegenspeler Felix heeft, naar analogie met de invloed van Carmen op don José. Felix en Jenika leren elkaar overigens kennen op 8 april – International Roma(ni) Day. Hij markeert hun ontmoeting in zijn agenda met de afkorting “MMV”, ofwel “Meisje Met Viool”. Hij wordt op slag verliefd op haar, maar wil niet dat iemand daar achter komt. We kunnen concluderen dat “het feit dat Felix Jenika dus verborgen wil houden, [bij]draagt aan het versterken van het raadselachtige aura van het stereotiepe “zigeuner”-meisje” (Van den Bossche, 2017, p. 84).

Meisje met inhoud

Op het eerste gezicht speelt de tekst dus in op een behoorlijk groot aantal clichés, maar Jenika blijkt uiteindelijk het stereotiepe beeld van de mysterieuze, misdadige, en onweerstaanbare fille fatale te overstijgen. Om te beginnen zorgt de belangrijkste plotwending in het verhaal ervoor dat de wijd verbreide overtuiging dat alle Roma criminelen zouden zijn (Kommers, 2007, p. 171) ontmandeld en zelfs omgedraaid wordt. 

Het intrige werkt daar als volgt naartoe: de groep Roma waartoe Jenika behoort, is niet langer welkom in haar tijdelijke verblijf. Jenika’s viool dreigt verkocht te worden omdat haar familie geld nodig heeft om te kunnen reizen. Jenika wil dat voorkomen en schakelt de hulp van Felix in om de viool te verbergen. Een ongelukkige samenloop van omstandigheden leidt ertoe dat de politie Felix ervan beticht dat hij de viool gestolen heeft. Op dat moment vergeet Felix zijn verliefde gevoelens voor Jenika, die plaats maken voor woede en misprijzen: “Dus tante Friza heeft toch gelijk. Mensen zoals Jenika zijn niet te vertrouwen, ze luizen je erin waar je bij staat” (Van Grootel, 2012, p. 98; mijn cursivering). Hij beseft later dat hij het mis had en schaamt zich ervoor dat hij zich door zijn bevooroordeelde tante had laten beïnvloeden. Het stereotiepe denkbeeld wordt daarmee niet alleen ontkracht, maar ook omgekeerd: nu is het “gadze” Felix die meemaakt welke vooroordelen Roma en Sinti steeds te verduren krijgen.

De wijd verbreide overtuiging dat alle Roma criminelen zijn wordt ontkracht en omgekeerd toegepast

Naderhand komt de affectie van Felix voor Jenika terug en wordt ze zelfs sterker. Het beeld van het “zigeuner”-meisje als verleidelijke slechte invloed in zijn leven wordt doorprikt doordat ze hem onbewust helpt om een trauma te verwerken. Jenika doet Felix terugdenken aan de laatste dag die hij met zijn overleden ouders doorbracht. Toen deden ze samen een museum aan. Daar zag Felix een schilderij van een “zigeuner”-meisje met een viool – een vioolmeisje dus – dat hem enorm intrigeerde. Voor Felix belichaamt Jenika dus een kostbare herinnering. Meer nog: dat souvenir krijgt een materiële kant wanneer Felix bij het verbergen van de viool op persoonlijke bezittingen en foto’s van zijn ouders stuit. Jenika brengt hem dus figuurlijk dichter bij zijn ouders. Daardoor wordt de negatieve, stereotypische ondertoon van de verwijzing “vioolmeisje” uit de titel van het boek onderuit gehaald en krijgt ze een positieve lading (Van den Bossche, 2017, p. 90).

Jenika blijkt uiteindelijk het stereotiepe beeld van de mysterieuze, misdadige, en onweerstaanbare fille fatale te overstijgen

Het vertelperspectief ondersteunt het belang van het Roma-personage in de tekst. Het verhaal wordt afwisselend vanuit Felix en Jenika gefocaliseerd. Ze krijgen beiden een even groot aandeel. Het gezichtspunt van de niet-Roma meerderheid krijgt geen voorrang. Bovendien blijken ze erg op elkaar te lijken. Naarmate het verhaal vordert, zien we dat Jenika niet alleen een exotische, spannende factor in Felix’ bestaan vormt. Ze ontdekken hoe langer hoe meer gelijkenissen. Ze worden dichter bij elkaar gebracht doordat ze allebei underdogs zijn: Felix wordt gepest, Jenika wordt uitgesloten omdat ze een “zigeuner” is (Van den Bossche 2017, p. 91). De tekst geeft aan allebei deze buitenbeentjes een stem, en maakt hen zo gelijkwaardig aan elkaar. Uiteindelijk overstijgt Jenika haar positie van underdog. Ze gaat een opleiding volgen en neemt zo het heft in eigen handen. Ze heeft meer in haar mars dan de oorspronkelijke karakterisering als jonge, hedendaagse Carmen liet uitschijnen.

Carmen à la carte

De bovenstaande bespreking van drie moderne interpretaties van Carmen laat zien dat ze nog niet aan grip op de verbeelding ingeboet heeft. Nog steeds halen auteurs en scenarioschrijvers inspiratie uit het romantische beeld van de verleidelijke “zigeunerin”. In de hedendaagse interpretaties zien we een patroon van herhaling met variatie. Telkens opnieuw geven schrijvers en televisiemakers eigen accenten aan “hun” Carmen. Ze serveren Carmen als het ware à la carte. 

Schrijvers en televisiemakers geven eigen accenten aan “hun” Carmen. Ze serveren Carmen als het ware à la carte

De ene maker gaat al wat verder in het customizen dan de andere. Wat alle interpretaties met elkaar gemeen hebben, is dat ze de mal van de mysterieuze “zigeuner”-vrouw inzetten en manipuleren om hun vrouwelijke protagonisten agency en daadkracht te verlenen. Jean, Sidney, en Jenika zijn stuk voor stuk vrouwen die hun Carmen-achtige eigenschappen – al dan niet doelmatig – aanwenden om uit te breken uit een patroon dat hen van buitenaf wordt opgelegd. Zo krijgt de clichématige vrouwelijkheid van Carmen dus een welgekomen feministisch randje. 

De keerzijde van de medaille is dat in de bewerkingen en allusies nauwelijks sprake is van herinterpretatie, laat staan van kritiek op de stereotypes. De prototypische kenmerken van "zigeuner"-vrouwen en -meisjes worden gereproduceerd en hoogstens geactualiseerd. Vioolmeisje levert ontegensprekelijk de scherpste commentaar: de tekst brengt de clichés in herinnering om ze daarna bij te stellen. Doordat het boek de stereotypische denkbeelden bijschaaft, heeft het van de drie besproken variaties van Carmen het grootste potentieel om bij te dragen aan een minder negatieve beeldvorming rond "zigeuners". 

 

Referenties

Kommers, J., ‘‘Gypsies’.’ In: Beller, M. & J. Leerssen (eds.), Imagology: The Cultural Construction and Literary Representation of National Characters. A Critical Survey. Amsterdam/New York, Rodopi, 2007, pp. 171-173.

Sturm, B. W. & M. Gaherty, “The Door Has Never Opened for Us: The Roma in Recent Children’s Fiction for Grades 4-6.” In: J. Campbell Naidoo & Sarah Park Dahlen (eds.), Diversity in Youth Literature: Opening Doors through Reading. Chicago, ALA Editions, 2013, pp. 105-118.

Van den Bossche, S. “Wat je niet kraakt, maakt je sterker: Roma en Sinti in de hedendaagse Nederlandstalige jeugdliteratuur.” In: Literatuur zonder leeftijd 103, 2017, pp. 67-94.

Wolters, U., ‘Sinti und Roma.’ Geraadpleegd op 4 april 2018 via: http://www.kinderundjugendmedien.de/index.php/stoffe-und-motive/1364-sin....