De ontmaskering van de realiteit in Voices of Finance

Werkelijkheid en onwerkelijkheid met elkaar geconfronteerd

10 minutes to read
Article
Iris Cuppen
29/03/2017

 

De dansfilm Voices of Finance verbindt drie verschillende werelden in zich: die van de taal, die van de dans en die van het bewegend beeld. Welke vernieuwende perspectieven levert dit op? De intermediale analyse door Iris Cuppen licht dit toe.

 

De ontmaskering van de realiteit

De dansfilm Voices of Finance, geregisseerd door Clara van Gool, voert de kijker naar het hart van het kapitalisme: de Londense City. De film is gebaseerd op Joris Luyendijks Banking Blog die in 2013 werd gepubliceerd in The Guardian, waarin vanuit antropologisch perspectief de financiële wereld wordt beschreven. 

Gesitueerd op verschillende locaties in de ‘City’ belichamen dansers van onder andere het Nationale Ballet en het Nederlands Danstheater de verhalen van mensen die dag en nacht werkzaam zijn (of waren) in deze competitieve en veelal onzekere wereld. Aan de hand van tien hoofdstukken wordt een hele dag doorgenomen waarin de kijker kennis maakt met verschillende personages, variërend van dealmakers die dagelijks strijden om de hoogste bonus, een human resource manager die om de haverklap mensen ontslaat en een ex-bestuurslid van een ingestorte bank die met spijt terug kijkt op zijn leven. Zij vertellen in taal en beweging een interdisciplinair verhaal dat zich afspeelt binnen de setting van de stad. 

Film werkt hier niet als een multimediaal hypermedium waarin taal, dans en geluid ‘naast elkaar’ bestaan

In dit essay worden de verschillende media en disciplines binnen Voices of Finance onderzocht, geanalyseerd en geïnterpreteerd, om zo grip te krijgen op het spanningsveld dat door de dynamiek van dans, taal en bewegend beeld ontstaat. Deze symbiose toont de toeschouwer een absurdistisch toneelspel, waarin de glanzende vloeren en glazen muren van torenhoge flats dienen als decor voor het schouwspel dat we kennen als de financiële wereld. Het dansende been legt met gemak de verborgen tragiek van het mantelpak bloot en geeft daarmee een nieuw inzicht in een theater dat van verwoestende invloed is geweest op de dagelijkse realiteit van menig toeschouwer. 

 

Tussen film, dans & taal

Film is bij uitstek een kunstvorm van het ‘tussengebied’. Ágnes Pethő beschrijft in Cinema and Intermediality: The Passion for the In-Between: ‘Cinematic experience itself can be defined by the tensions of being in a state of “in-between:” in between reality and fantasy, in between empirical experience and conscious reflection, in between words and images, in between the different art forms and in between media’ (2011, p. 293-294). 

De vertaling van het woord naar bewegend beeld is geen ongewone stap. In Voices of Finance wordt daar echter ook dans aan toegevoegd, een discipline die zowel met het woord als met het bewegend beeld een interessante relatie aangaat. In de introductie van Dancefilm schrijft Erin Brannigan: 

‘Choreography and cinema share an intense interest in moving bodies and their relation to space and time. Both could be considered moving arts, interrogating the nature and quality of movement and producing new varieties of movement through their work with the body, theater design, mise en scène, objects, camera, edit and postproduction effects.’ (2001, p. VIII) 

In Voices of Finance worden deze nieuwe vormen van beweging onderzocht, maar altijd in relatie tot het woord. Er vindt een ontmoeting plaats tussen dans en taal, waarbij de choreografie uitsluitend bedacht en uitgevoerd wordt voor het medium film. Het gaat dus niet om een dansvoorstelling die vertaald is naar film, maar een film die dans inzet om een vertaling te kunnen maken van het woord (Luyendijks blog) naar beeld (van Gools film) zonder hierbij de taal te verliezen. 

 

 

De dansers houden allen een monoloog die letterlijk geciteerd is uit de Banking Blog, die in dit geval ‘het oorspronkelijke medium’ genoemd kan worden. De taal wordt niet in zijn geheel ‘overgenomen’ door beweging, maar blijft ook niet intact. Het geschrevene wordt uitgesproken door dansers die tegelijkertijd bewegen, waardoor deze beweging onlosmakelijk verbonden is met de gesproken taal. Dit alles wordt vastgelegd op film, waardoor er een derde medium in het spel komt die het geheel opneemt, versnijdt, versnelt en voorziet van externe geluiden en beelden. Zowel de dans en de taal worden hierdoor onvermijdelijk aangetast en beïnvloed. Kattenbelt stelt dat theater 

het enige medium is dat alle andere media in zich kan opnemen zonder de specificiteit van de in zich opgenomen media en zijn eigen medialiteit aan te tasten. […] Theater opgenomen in en door film, televisie of video is geen theater meer, maar respectievelijk film, televisie of video. Deze media kunnen weliswaar alles wat zicht- en hoorbaar is […] opnemen, maar niets in zich opnemen.’ (2007, p. 32-33). 

In Voices of Finance worden verschillende aspecten van het (dans)theater en flarden uit Luyendijks blog samengebracht door het medium film, maar film werkt hier niet als een multimediaal hypermedium waarin taal, dans en geluid ‘naast elkaar’ bestaan. Integendeel, binnen de film lijkt een wisselwerking plaats te vinden tussen de verschillende media, waardoor er ‘mediumspecifieke waarnemingsconventies worden doorbroken en nieuwe dimensies van ervaren worden verkend’ (Kattenbelt, 2007, p. 36-37). 

 

De hapering van de werkelijkheid

Dans behoort traditioneel gezien tot de live performance arts, waarvan Kattenbelt en Chapple spreken als ‘(…) the performer and the spectator are simultaneously physically present in the same space.’ (2006, p. 20) Doordat de choreografie van Voices of Finance gemaakt is voor het medium film, kan de vergelijking met dans als live performance niet gemaakt worden. De kijker ziet de dansers vanaf een door de cameraman bepaald standpunt; er is geknipt, geplakt en gemanipuleerd. 

Alle fouten, lelijke sprongen en niet goed gestrekte voeten zijn er uit gehaald. Er is grof gesneden in de bewegingen van de dansers, terwijl het verhaal toch in één adem verteld lijkt te worden. Zo zwaait een jonge effectenmakelaar als een freerunner aan lantaarnpalen om uiteindelijk, gevaarlijk hoog balancerend tussen twee pilaren, te beschrijven hoe collega’s jong overlijden of volledig instorten door het werk dat hij dagelijks uitvoert (fig. 1-4). De cameraman filmt dit schouwspel vanuit het kikkerperspectief, waardoor de hoogte en de instabiliteit van de danser benadrukt worden. 

"Choreography and cinema share an intense interest in moving bodies and their relation to space and time"

Het volgende moment, midden in zijn monoloog, sprint hij weer soepel door de straten. De montage versnippert de bewegingen van de danser, om ze vervolgens met taal weer aan elkaar te lijmen. De tekstuele informatie die de danser op een opvallend kalme manier met de kijker deelt wordt visueel ondersteund door de spectaculariteit van zijn fysieke optreden. De snelheid waarmee hij beweegt, verdoezelt de instabiliteit van zijn bestaan. Anders dan bij een live performance volgt de toeschouwer de danser door de lens van de camera en dus niet op hetzelfde moment, in dezelfde ruimte, met zijn eigen ogen. 

 


 

In de scene waarin een programmeur van algoritmes aan het woord is, wordt gebruik gemaakt van wat Christian Metz, trucage noemt; ‘various optical effects obtained by the appropiate manipulations, the sum of which constitutes visual, but not photographic material’. (1977, p.657) De wiskundige verschijnt en verdwijnt als een hologram in het beeld, zijn stem wordt vervormd tot computerstem en in de montage worden ‘bugs’ gesuggereerd door het beeld te versnellen, te draaien en te herhalen. Deze aanpassingen aan het fotografische beeld maken de kijker extra bewust van het feit dat zij naar een film en niet naar een live performance kijken. De beweging hapert, de stem wordt vermengd met die van een machine en het verhaal wordt onderbroken door visuele ‘trucs’. Er onstaat een ‘tussenruimte’ waarin de grenzen van de film, de dans en de taal - en daarmee die van het podium - definitief vervagen. 

Fig. 5

 

Theater, film & de realiteit

De dynamische wisselwerking tussen het filmische en het theatrale wordt versterkt door de realistische setting van de film. Het podium van Voices of Finance is de Londense City, waar de dansers gekleed in zakelijke pakken de personages niet uitbeelden maar belichamen. Zij treden niet alleen op als dansers, maar ook als acteurs; ze praten, bewegen en overtuigen volledig als bankiers. De abstracte bewegingen door kantoren, straten en imposante huizen worden meerdere malen afgewisseld met fictieve ‘interviews’, waardoor het geheel refereert aan een documentaire: de kijker wordt constant herinnerd aan de authenticiteit van de waargebeurde verhalen van Luyendijks blog. 

"The staging of life can be staged in such a way that it can be deconstructed and made visible again"

Anne Sacks schreef in 1994 naar aanleiding van de BBC Dance for the Camera serie: ‘Dance and film are inherently incompatible: film is realistic, dance unrealistic’. (p.24) Van Gool lijkt met dit gegeven te spelen door het realistische van de film onrealistisch te maken (door het gebruik van trucage) en het onrealistische van de dans realistisch te maken (door de City als podium te gebruiken en de dansers te laten acteren). 

De dansers voeren een performance op door al pratend in smetteloze appartementen virtuoze pirouettes te draaien en in strakke kantoren met gestrekte benen over hoofden van nietsvermoedende medewerkers te zwaaien. Opvallend is dat deze abstracte performances een organische relatie lijken aan te gaan met de werkelijkheid. 

 

Peter Boenisch onderzoekt (vertrekkend vanuit het theater) in Aesthetic art to aisthetic act: theatre, media, intermedial performance het begrip intermedialiteit door het te beschrijven als ‘an effect performed in-between mediality, supplying multiple perspectives and foregrounding the making of meaning by the receivers of the performance.’  (2006, p. 103) 

Kattenbelt refereert in Intermediale reflecties aan Bertolt Brecht, die in zijn werk scheidslijnen trekt die er voor zorgen ‘dat er tussenruimten ontstaan die door de toeschouwer actief moeten worden ingevuld.’ (2007, p. 37) In Voices of Finance ontstaat een tussenruimte waarin de toeschouwer moet bepalen waar de performance stopt en de realiteit begint. De dansers zetten een abstracte performance neer in een realistische setting, maar de kijker wordt door de inhoud van de monotone monologen er steeds bewust van gemaakt dat deze setting ook in de ‘echte’ wereld als toneel dient. De door de bankiers beschreven financiële wereld blijkt veel aspecten van het theater te bevatten: de glitter en glamour, het acteren en de bijbehorende plankenkoorts. In de scene waarin meerdere dealmakers aan het woord zijn, wordt de hal van een groot kantoor als podium gebruikt. De dansers lopen als een geoliede machine door elkaar heen. Ze verdwijnen en verschijnen achter grote palen die als coulissen lijken te dienen, trekken stropdassen en rokken recht voordat ze het toneel betreden en benoemen ondertussen het belang van uitstraling en presentatie in de eeuwige competitie om de beste bonus.

“Theatrics shouldn’t be overlooked. My senior banker said, if I wanted to get paid real money, I needed to look like I wanted real money. So if I wore a cheap watch they think that I will be happy with a hundred euro bonus.” 

Dat theatrale aspect wordt vergroot door de fysieke expressie van de dansers. In de eerste scène verklaart een aandelenanalist met tevredenheid zijn gigantische inkomen, terwijl hij zichzelf, als in een ritueel, aankleedt. Met souplesse stapt hij in zijn schoenen en met een krachtig, uitgestrekt, been zwaait hij zijn broek om zijn afgetrainde lijf. In grote maar lichte sprongen vertrekt hij vervolgens naar zijn werk, terwijl hij verklaart dat hij, op mooie zomerdagen, misschien wel de beste baan ter wereld heeft. 

 

 

 

Dit optimistische en krachtige betoog wordt in het portret van het voormalig bestuurslid van een ingestorte bank tegengesproken. Hier zien we een oudere, al wat uitgezakte danser, die zich uit- in plaats van aankleedt. Hij beschrijft het verval, de uitputting en het verliezen van elke vorm van levenslust waarvan hij, nu hij gestopt is, pas echt het bestaan erkent. Uiteindelijk staat hij in zijn ondergoed in een lege vergaderkamer en drukt hij de beveiligingscamera uit. Zijn ‘performance’ in de bankenwereld zit er op, en zo ook zijn optreden in Voices of Finance

 

Fig. 10

 

Dit kan niet waar zijn

In Theatre as the art of the performer and the stage of intermediality beschouwt Kattenbelt het theater als het perfecte toneel voor intermedialiteit. Vertrekkend vanuit de context van het filosofische debat rondom theater, bevraagt Kattenbelt de rol van het theater door het te vergelijken met film. 

‘If the expression “all the world is a stage” is (or seems to be) no longer just a metaphor, but on the contrary a charateristic feature of our mediatized culture, then we really do need a stage on which the staging of life can be staged in such a way that it can be deconstructed and made visible again.’ (2006, p.38) 

Voices of Finance laat zien dat ook film een podium kan zijn voor deze vorm van intermedialiteit. De theatrale choreografie toont de constructie van ‘the staging of life’ in de financiële wereld. Door dit ‘op te voeren’ in monologen en bewegingen, wordt er een kijkje gegeven in de bizarre, dagelijkse realiteit.  

De titel van Luyendijks boek, dat naar aanleiding van zijn Banking Blog uitkwam, luidt: Dit kan niet waar zijnVoices of Finance laat zien hoe onwerkelijk de werkelijkheid kan zijn. De samenhang van film, dans en taal toont het beeldende theater van de hedendaagse financiële wereld, en zo vindt uiteindelijk de ultieme ontmaskering van de werkelijkheid plaats.

 

Referenties

Boenisch, P. (2006). Aesthetic art to aisthetic act: theatre, media, intermedial performance in Ch. Kattenbelt en F. Chapple (red.) Intermediality in theatre and performance. Amsterdam 2006, 103-116. Geraadpleegd van: Reader intermedialiteit, Tilburg University, 2015  

Brannigan, E. (2011). Dancefilm: Choreography and the Moving Image. New York: Oxford University Press, 2011. 

Chapple, F & Kattenbelt, Ch. (2006). Key issues in intermediality in theatre and performance in Intermediality in theatre and performance. Amsterdam 2006, 11-25. Geraadpleegd van: Reader intermedialiteit, Tilburg University, 2015.

Gool, C. van. (z.j.). Voices of Finance [Video]

Kattenbelt, Ch. (2006). Theatre as the art of the performer and the stage of intermediality in Intermediality in theatre and performance. Amsterdam 2006, 29-39. Geraadpleegd van: Reader intermedialiteit, Tilburg University, 2015.

Kattenbelt, Ch. (2007). Multi-, trans- en intermedialiteit. Drie perspectieven op relaties tussen media, in H. Oosterling e.a. (red.), Intermediale reflecties. Kruisbestuivingen en dwarsverbanden in de hedendaagse kunst (DAF cahiers 1). Rotterdam 2007, 29-38. Geraadpleegd van: Reader intermedialiteit, Tilburg University, 2015.

Luyendijk, J. (2013). Banking Blog, The Guardian.

Metz, C. (1977). “Trucage” and the Film. Critical Inquiry, 3(4), 657-675.

Oosterling, H. (2003). Sens(a)ble Intermediality and Interesse: Towards an Ontology of the In- Between. Intermédialités : histoire et théorie des arts, des lettres et des techniques, 1(1), 29-46.

Petho, A. (2011). Ekphrasis and Jean-Luc Godard’s Poetics of the In-Between. In A. Petho (Ed.), Cinema and intermediality: passion for the in-between (pp. 293-315). 

Sacks, A. (1994, 9 januari). Dance that Passes the Screen Test. The Independer on Sunday, p. 24.