De vrouw in de literatuur van Saskia Noort: over spontaan witte wijn drinkende vrouwen

8 minutes to read
Article
Hannah Fransen
26/04/2017

Ook anno 2017 worden vrouwen in de Nederlandstalige literatuur nog weggezet als wijndrinkende, shoppende, huisvrouwen, zelfs door auteurs die zich hier tegen uit lijken te spreken.

Mannen komen van Mars en vrouwen van Venus. Mannen zijn stoere, sterke, grote jagers die nooit huilen. Vrouwen daarentegen zijn oppervlakkige, emotioneel instabiele wezens die niet kunnen autorijden. Waar de oorsprong van deze stereotyperingen ligt is onduidelijk, maar dat ze behoorlijk achterhaald zijn is een algemeen goed. Zo leven we anno 2017 nog steeds in een wereld waarin in hokjes wordt gedacht, in het bijzonder wat betreft het onderscheid tussen man en vrouw, en wordt nog steeds de discussie gevoerd over wat de verdeling tussen man en vrouw hóórt te zijn. Ook in de literaire wereld vindt deze discussie plaats. In dit artikel stel ik de vraag hoe een vrouwelijke schrijver als Saskia Noort zich profileert en hoe zij de rol van de vrouw in de Nederlandse literatuur ziet, zowel in haar boeken, als buiten de boeken om.

De man schrijft, de vrouw blijft

Elke Boekenweek zingt de vraag rond waarom vrouwen minder literaire prijzen winnen dan mannen. Van de afgelopen 20 keer dat de Libris Literatuurprijs werd uitgereikt ging deze 18 keer naar een man. Desondanks zijn er ook zeker uitzonderingen te noemen; vrouwen die wel degelijk in aanmerking komen voor verschillende prijzen en deze ook winnen. Zo zijn de thrillers van Saskia Noort al meerdere malen genomineerd en bekroond met diverse prijzen. Noort is echter niet zomaar een vrouwelijke schrijver: ze is één van de schrijfsters die zich nadrukkelijk uitspreken over deze discussie in onder andere de literaire wereld. Zo vertelde ze in een interview met Jeroen Pauw, in de bekende talkshow Pauw en Witteman:

“Ik snap dat je op televisie die assertiviteit nodig hebt. Dat makkelijke praters het beter doen. En makkelijke praters zijn meestal mannen. Maar deze constructie maakt dat we steevast twee of drie boze, witte mannen zien, en één vrouw die bekend is vanwege haar killerbody. Inhoudelijk kom je er niet veel verder mee.”

De discussie wordt verder niet alleen gevoerd over de vraag hoe mannelijke en vrouwelijke auteurs zich manifesteren in de literaire wereld, maar ook over de vraag in hoeverre literatuur een weerspiegeling is van wat er zich in de maatschappij afspeelt. Anders gezegd: hoe worden vrouwelijke personages neergezet en hoe wordt het fenomeen vrouwelijkheid geportretteerd in literaire romans? Zo verscheen recentelijk een artikel in het tijdschrift Opzij waarin Anouk Hofkens schreef dat de vrouw alleen voor “huisvrouw of hoer speelt” in de Nederlandse literatuur.[3] Het artikel van Hofkes was gebaseerd op een pilotonderzoek waaruit bleek, dat in de 170 romans van de groslijst van de Libris Literatuurprijs 2013, de vrouwelijke personages het vaakst “scholier, student, huisvrouw of prostituee” zijn. Is dit anno 2017 een juiste weerspiegeling van hoe de Nederlandse vrouw zich bezig houdt?

 

(Quasi) spontaan witte wijn drinkende vrouwen

Dé vraag bij uitstek om te beantwoorden is natuurlijk hoe een auteur als Noort haar vrouwelijke personages wegzet in haar verhalen. Onderstrepen die haar duidelijke mening over de rolverdeling tussen man en vrouw? Hierop volgend wordt er een blik geworpen op de rol van de vrouw in de boeken “De Eetclub” en “Het Reservaat”. Een vraag die beantwoord dient te worden met betrekking tot deze boeken, is of de verschillende stereotyperingen die in de samenleving aanwezig zijn over vrouwen ook aan bod komen in het schrijven van Noort, die zich hier tegen uit heeft gesproken. De vrouwelijke auteur van “Het Reservaat”, Liselotte Stavorinus, laat zich weliswaar niet expliciet uit over deze genderdiscussie, maar ook haar boek wordt meegenomen in deze vergelijking, omdat beide verhalen erg veel op elkaar lijken (zelfs zoveel dat het heeft geleid tot een rechtszaak.

Wanneer er wordt gesproken over stereotypering moet allereerst worden verduidelijkt wat hiermee wordt bedoeld. Een stereotype wordt vaak omschreven als een “overdreven beeld van een groep mensen dat vaak niet (volledig) overeenkomt met de werkelijkheid. Het is een vooroordeel of negatief denkbeeld en wordt vaak gebruikt als rechtvaardiging van bepaalde discriminerende acties. Genderstereotypering valt onder dezelfde noemer en is aan de orde als we spreken van een overdreven beeld van mannen- en/of vrouwen dat niet overeenkomt met de werkelijkheid. Hét voorbeeld bij uitstek hiervan is de advertentie van Del Monte Ketchup in 1953, toen een ketchupfles werd aangekondigd met de slogan “You mean even a woman can open it?”. Ook anno 2017 wordt men echter nog doodgegooid met verschillende genderstereotyperingen. Wat te denken van bier; drank die alleen voor “echte mannen” is?[7]

Vrouwen in 'De eetclub' en 'Het reservaat'

Welke genderstereotyperingen komen aan bod in "De Eetclub" en in "Het Reservaat"? Met in beide boeken twee vrouwen die de hoofdrol vertolken, lenen deze zich – naast het feit dat één van de boeken afkomstig is van een auteur die zich hard maakt voor vrouwenemancipatie - uitstekend voor een analyse omtrent genderstereotypering. Zowel "De Eetclub" als "Het Reservaat" kunnen omschreven worden als een thriller, en spelen zich af in Bergen en Blaricum. Ze draaien om een vriendenclub waarin niets is wat het lijkt. De vriendschappen zijn niet zo onvoorwaardelijk als je zou denken, aangezien de vriendinnen elkaar veelal bedriegen, chanteren en zelfs vermoorden. De hoofdpersonages (in "De Eetclub": Karin, in "Het Reservaat": Jessica) zijn vrouwen van net in de dertig en voelen zich eenzaam in het dorp, omdat ze moeilijk contact kunnen maken met andere dorpsgenoten. 

Wanneer er wordt gekeken naar de karaktertyperingen van de vrouwen in "De Eetclub", dan zijn er een aantal citaten die in het oog springen:

“Aangezien mijn dochter het goed kon vinden met haar zoon Mees, was het niet moeilijk om een speelafspraak te arrangeren en toen Hanneke haar Mees eind van de middag kwam halen, zuchtend van de stress, had ik de chablis al ontkurkt in de koeler staan en bood quasi-spontaan een glas witte wijn aan ter ontspanning.” (De Eetclub, Noort 2004, Blz.30)

Dit citaat toont een bekrompen stereotypering. Zo wordt Karen eenvoudig weggezet als “quasi-spontaan-witte-wijn-drinkende” vrouw. Waar eerder in dit artikel al het voorbeeld werd gegeven van mannen als bierdrinkers bij uitstek, treffen we nu het tegenovergestelde aan. Vrouwen worden bij Saskia Noort vaak weggezet als ‘simpele wijndrinkers’.

“Ik moet er niet aan denken om weer te werken, vulde Babette snibbig aan. Na mijn laatste baan heb ik me voorgenomen nooit van mijn leven nog één dag te werken. […] Na Evert ontmoet te hebben, omdat we beide in dezelfde zaak werkten, wist ik dat dat ook niet meer nodig was.” (De Eetclub, Noort 2004, Blz.35)

Dit citaat verdient enige achtergrondinformatie. Het gaat hier namelijk niet alleen over Babette, de vriendin van het hoofdpersonage, die zich voorneemt om nooit meer te gaan werken. Het gaat in dit citaat om de karaktertypering van een vrouw die een rijke man, Evert, aan de haak slaat, wetende dat ze daardoor financieel afhankelijk kan worden van hem. Ze zal vanaf dat moment het huishouden gaan dragen en voor zijn kinderen gaan zorgen, waardoor het gezegde ‘het enige recht van de vrouw is het aanrecht’ hier bijna tot leven komt.

“We waren allemaal vrouwen, moeders, echtgenotes, hunkerend naar een bruisend sociaal leven.” (De Eetclub, Noort 2004, Blz.40)

Dit citaat is ergens een verlengstuk van het voorgaande. De vriendinnen in het boek worden hier door het hoofdpersonage Karen weggezet als moeders en echtgenotes die niet meer doen dan socializen, roddelen, eten en shoppen. De vrouwen worden in veel mindere mate weggezet als kostwinnaars; als onafhankelijke vrouwen die ervoor zorgen dat er geld in het laadje wordt gebracht. Sterker nog, wanneer er wordt gekeken naar welke vrouwen er überhaupt een baan hebben in het verhaal van Noort, dan komt men al snel bedrogen uit. Nu lijkt het verhaal ergens een persiflage te zijn van het leven in het Gooi, maar het schrijnende hier is dat de vrouwen wel héél erg simpel en bijna kansloos worden weggezet.

Wat verder te denken van de moordenaar: deze is niet een corrupte zakenman of drugscrimineel, maar, hoe kan het ook anders, een doorgedraaide vrouw. Dat alle vrouwen gestoord zijn [9], is misschien wel hét stereotype dat de meeste mannen van hun vrouw hebben.

Als twee druppels water

De thrillers van Noort en Stavorinus leken zoveel op elkaar dat het in 2014 tot een rechtszaak heeft geleid. Noort was van mening dat Stavorinus haar verhaal had gekopieerd en eiste dat "Het Reservaat" uit de handel gehaald zou worden. Er waren volgens Noort 29 elementen die afgekeken zouden zijn, of zo goed als letterlijk overeenkwamen met die in "De Eetclub". De rechter kwam echter tot de conclusie dat het merendeel van de 29 elementen weliswaar enige overeenkomst hebben, wanneer je ze afzonderlijk bekijkt, maar dat ze niet auteursrechtelijk te beschermen zijn, omdat ze te "voor de hand liggend" zijn in het genre dat Stavorinus en Noort beoefenen. Ook in hun samenhang waren de punten die Noort aandroeg niet overtuigend genoeg om tot een ander oordeel te komen. Ilse Karman, eigenaar van de Crime Compagnie waaronder Stavorinus haar boek heeft uitgebracht, zei na de rechtszaak dat ze erg blij waren met de uitkomst, vooral omdat de elementen waarop een beroep werd gedaan bijna allemaal clichés waren. Het is bijna ironisch te noemen dat de kern van de rechtszaak tussen Noort en Stavorinus zich ontwikkelde door een aantal elementen die op zichzelf staande genderstereotyperingen van een vrouw zijn. Ter illustratie worden hieronder een aantal van deze elementen uiteengezet:

  •  Een feestje bij de nieuwe (beste) vriendin waarbij de hoofdpersoon twijfelt over haar kledingkeuze en vervolgens maar een eenvoudig zwart jurkje uitkiest. Hier treffen we wederom een typisch vooroordeel over vrouwen. Vrouwen blijven onzekere wezens die zich iets aantrekken van wat anderen van hun outfit vinden, want wat voor zorgen - naast de kinderen en het huishouden - heeft een vrouw nou eigenlijk?
  • De hoofdpersoon gaat shoppen met een nieuwe vriendin en spendeert een belachelijk bedrag aan kleding. Een simplistische weergave van de vrouw als shop-a-holic. 
  • De hoofdpersoon heeft stiekeme seks met een ‘foute man’ en denkt: als mijn man binnen zou komen dan zou ik gewoon doorgaan. Domme blondjes, huisvrouwen of laagopgeleide dames; ze gaan allemaal vreemd, want de man is te vaak van huis omdat hij wél werkt.

Gezegd zou kunnen worden dat zowel Noort als Stavorinus vervallen in het bevestigen van verschillende genderstereotyperingen, zelfs in zo'n mate, dat het karakteristiek is voor het verhaal dat beide hebben geschreven.

Eind goed, al goed

De elementen die in dit artikel uiteen worden gezet zijn slechts een greep uit wat blijkt één grote bevestiging van de genderstereotypering van de vrouw. In beide boeken zijn de rollen van het hoofdpersonage en haar vriendinnenclubje nogal clichématig ingekleurd. Noort, die zich hard maakt voor emancipatie en vrij directe uitspraken doet over mannen, ondermijnt hier haar eigen uitspraken door de vrouwelijke (hoofd)personages in haar eigen boeken het niet verder te laten schoppen dan simpele huisvrouwen die witte wijn drinken alsof het een nieuw dieet is. Niet alleen in de karakterschetsen van de verschillende vrouwen, maar ook in de rollen die de vrouwen in beide boeken vervullen, worden zij erg simplistisch weggezet. Als vrouwelijke auteurs deze typerende rolverdeling willen doorbreken, zullen zij zich niet alleen als auteur hard moeten maken voor vrouwenemancipatie in de Nederlandse literatuur, maar ook hun personages en de rolverdeling tussen man en vrouw in hun boeken moeten aanpakken.

Wellicht dat de rechter Noort gelijk had gegeven als zij in "De Eetclub" had geschreven over een Bergense miljardair die zich op een paarse fiets met draagtassen door de rijke bossen begeeft en in zijn vrije tijd breit, en Stavorinus haar bladzijden had gevuld over een rijke man op een blauwe fiets met een fietsmand voorop, die zich in de namiddag vol goede moed stort op vingerhaken, maar dit soort originaliteit is in beide boeken ver te zoeken.