Ronald Giphart op televisie

De paradoxale positie van de literaire celebrity

7 minutes to read
Article
Floor De Kok
23/11/2016

 

Op 12 januari 2015 komt schrijver Ronald Giphart op bezoek bij RTL Late Night om zijn nieuwe boek, Harem (2015), te promoten (RTL Late Night, 2015). Zijn optreden op televisie is geen uitzondering binnen de literaire wereld. Toch wordt het vaak als 'not done' bestempeld.

 

Een schrijver op televisie

Een schrijver op televisie is niet zeldzaam. De Nederlandse literatuurwetenschapper Gaston Franssen stelt echter in Literary Celebrity and the Discourse on Authorship in Dutch Literature (2010), dat dit fenomeen door het publiek vaak als onnatuurlijk wordt ervaren. De reden hiervoor is dat de ideeën en verwachtingen die binnen onze cultuur verbonden worden aan ''literaire schrijvers,'' botsen met de ideeën die we hebben van "de ster." Franssen behandelt in zijn essay een aantal van deze problematische tegenstellingen. Een daarvan is de nadruk die gegeven wordt aan de commerciële kant van het werk. Bij "de ster" komt deze commerciële waarde vaak duidelijk naar voren. Van schrijvers wordt echter verwacht dat zij zich niet-commercieel opstellen, en zich niet bemoeien met kapitalistische idealen en de daaraan verbonden massamedia (Franssen, 2010). Dit komt overeen met wat de Franse cultuursocioloog Pierre Bourdieu ook stelt in De regels van de kunst (1994). Hij beschrijft daarin de opkomst van twee verschillende velden binnen de kunst: een autonoom veld en een heteronoom veld. Binnen het autonome veld is het ideaal de onafhankelijkheid van de kunstenaar; die dient zich niets aan te trekken van kapitalistische marktidealen. Het heternome veld is hiervan het tegenovergestelde: daar is juist de marktwerking van belang.

 

Het promoten van een boek, zelfs nog voor het is uitgekomen, zoals Giphart doet bij RTL Late Night, is dus in tegenspraak met de verwachtingen die traditioneel aan een schrijver gesteld worden. Door detoenemende professionalisering en commercialisering van uitgeverijen, en de ontdekking dat campagnes die gericht zijn op de auteur en zijn representatie in de media, veel effectiever zijn dan advertenties die zich puur op de literatuur richten, zijn schrijvers echter steeds meer genoodzaakt om zich toch in de publieke ruimte te begeven (Moran, 2006).

De auteur fungeert binnen deze ruimte tegelijkertijd als literair schrijver en als ster. Om beide posities tot hun recht te laten komen zal Ronald Giphart zowel zijn uitspraken als zijn gedrag zorgvuldig vorm moeten geven. Ik wil aan de hand van zijn optreden bij RTL Late Night onderzoeken hoe Giphart in zijn positie als literair celebrity probeert om deze tweestrijd tussen enerzijds het populaire en economische en anderzijds het de hoogstaande literaire autonomie te verenigen.

 

Verfilming als 'fantasietje'

Een van de thema's die Ronald Giphart behandelt in Harem (2015) is de kracht van en de spanning tussen woord en beeld. Humberto Tan begint het interview dan ook door te verwijzen naar de prominente rol van beeld in de roman. Tan kiest er echter niet voor om verder in te gaan op de inhoud van het boek, maar verbindt  in plaats daarvan de nadruk die in het boek wordt gelegd op visuele aspecten aan de mogelijke wens van de schrijver om het boek te verfilmen. Giphart reageert hier enthousiast op: ''Ik zou het ontzettend toejuichen als iemand dit boek zou willen verfilmen''. Hoewel hij hierbij de kanttekening plaatst dat hij graag zou willen dat het boek door een Zweedse producent verfilmd zou worden, heeft hij duidelijk geen bezwaar tegen het maken van een film. Dit mag als geen verrassing komen: eerder zijn van Giphart ook al de romans Ik ook van jou (1992), Phileine zegt sorry (1996) en Ik omhels je met 1000 armen (2000) verfilmd.

Wanneer het interview hierop doorgaat blijkt echter dat de mening van Giphart hierin niet eenduidig is. Als aan hem gevraagd wordt of hij vindt dat een schrijver, of in dit geval Giphart zelf, een boek zou moeten schrijven met als doel het later te kunnen verfilmen, antwoordt Giphart met een duidelijke ''Nee''. Hij stelt vervolgens dat een schrijver hier helemaal niet mee bezig is op het moment van schrijven. Ideeën over het mogelijke verfilmen zouden altijd pas komen nadat het boek al verschenen is. Tijdens het schrijven is hij naar eigen zeggen ''alleen maar bezig met taal'' (RTL Late Night, 2015) .

Giphart speelt in op de moeilijke en paradoxale positie die de literaire celebrity binnen onze cultuur inneemt

In deze korte conversatie tussen de interviewer en Ronald Giphart is te zien hoe de auteur probeert te navigeren binnen zijn rol als literaire celebrity. Aanvankelijk is hij erg positief over de mogelijkheid tot verfilming van zijn nieuwe boek, een enthousiasme dat in contrast lijkt te staan met het idee van de schrijver die zich afzijdig houdt van het grote publiek en de massamedia (Franssen, 2010). Sinds de opkomst van Hollywood en blockbusterfilms in de 20e eeuw, hebben literair critici zich hiertegen verzet. Populaire films werden gezien als een commercieel goed voor de massa, wat bovendien een gevaar vormde voor de literaire cultuur (Collins, 2010). Het is dan ook opvallend dat iemand als Ronald Giphart, die deel uitmaakt van deze literaire cultuur als schrijver, hier zo positief tegenover staat. Later brengt hij echter een nuance aan in zijn uitspraken door te stellen dat een schrijver, niet alleen hijzelf maar schrijvers in het algemeen, boekverfilmingen nooit als doel zouden moeten zien. 

Het beeld dat Giphart hier oproept van een schrijver die ''alleen maar met de woorden bezig is'' sluit aan bij wat het publiek verwacht van een literair schrijver. Giphart laat zich hier zien als een autonoom auteur, die tijdens het schrijven van een roman ook alleen daarmee bezig is (Franssen, 2010). Andere aspecten, zoals promotie en verfilming, zijn naar eigen zeggen 'Leuke fantasietjes voor als het boek eenmaal verschenen is', deze zijn aanzienlijk minder belangrijk dan de roman zelf (RTL Late Night, 2015).

Het is de taak van de literatuur om over de wereld na te denken, dus ook over beeldcultuur

 

Beeldcultuur in de literatuur

Ronald Giphart gaat echter nog verder in op de tegenstelling tussen beeld en literatuur. In een korte geschiedenis vertelt hij hoe de samenleving, die vroeger geregeerd werd door tekst en waarin beeld slechts een ondersteunende functie had, steeds meer is omgeslagen naar een samenleving waarin informatieoverdracht volledig via beeld verloopt. De titel van het interview voorspelde het al: beeld heeft het gewonnen van taal. Dit is een opvallende gedachte voor iemand die van taal zijn vak heeft gemaakt. 

Giphart weet echter opnieuw de balans te herstellen. Het is de taak van literatuur, zo stelt Giphart, om over de wereld na te denken, en daarbij dus ook over de overheersende beeldcultuur; daar komt dan ook het thema van zijn boek vandaan (RTL Late Night, 2015). Door deze beeldcultuur te vangen in de literatuur, heeft de literatuur opnieuw haar positie verzekerd. Bovendien zal de aandacht die in de roman gegeven wordt aan de tegenstelling en spanning tussen beeldcultuur en taal, ervoor zorgen dat de literaire achtergrond van Harem (2015) ook in een verfilming tot zijn recht zal komen en daarmee zal verwijzen naar zijn oorsprong als geschreven werk. Hierbij verwijst het beeld toch indirect naar literaire waardes en vormt de beeldcultuur veel minder een gevaar voor de literaire cultuur (Collins, 2010 ).

 

De literaire celebrity en de autonome schrijver

Met zijn uitspraken over beeld, taal en schrijverschap speelt Giphart in op de moeilijke en paradoxale positie die de literaire celebrity binnen onze cultuur inneemt. Hij navigeert tussen het discours van "de ster" en dat van "de schrijver", en vindt hierbij een tussenweg die hem in staat stelt om tegelijkertijd beide posities aan te nemen. Tijdens optredens op televisie, waarin hij spreekt over de verfilming van zijn boeken, weet hij steeds te benadrukken dat voor hem het schrijven en de taal het belangrijkst zijn. 

Promotie en verfilming doen niet af aan het beeld dat wij hebben van Giphart als autonoom schrijver; het boek dat hij promoot is immers niet geschreven met dergelijke commerciële doeleinden voor ogen. Toen de schrijver aan het schrijven was, was hij ook alleen maar met woorden bezig. Bovendien verhoogt Giphart het aanzien van een mogelijke verfilming door het contrast tussen beeld en taal mee te nemen in de inhoud van de roman. Reflectie op de beeldcultuur wordt door Giphart beschouwd als taak van de literatuur, die nadenkt over de wereld om zich heen. Hiermee bevestigt Giphart niet alleen de positie van literatuur als hoge cultuur, maar maakt hij het tegelijkertijd mogelijk om gebruik te maken van de beeldcultuur voor promotie of verfilming, zonder af te hoeven zien van literaire waardes.

 

Referenties

Bourdieu, P. (1994). De regels van de kunst. Amsterdam: Uitgeverij van Gennep B.V.

Collins, J. (2010) Bring on the books for everybody. London, England: Duke University Press.

Franssen, G. (2010) Literary celebrity and the discourse on authorship in Dutch literature. Journal of Dutch Literature. 1 (1), pp. 91-113.

Giphart, R. (1992) Ik ook van jou. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar.

Giphart, R. (1996) Phileine zegt sorry. Amsterdam: Uitgeverij podium B.V.

Giphart, R. (2000) Ik omhels je met 1000 armen. Amsterdam: Uitgeverij podium B.V.

Giphart, R. (2015) Harem. Amsterdam: Uitgeverij podium B.V.

Moran, J. (2006). The reign of the hype: the contemporary star system. In P. Marshall (ed.) The celebrity culture reader. (pp. 324-344) London, England: Routledge

RTL Late Night (2015, 14 januari). Ronald Giphart: Beeld heeft het gewonnen van taal.