Verraad, roddelen en verering: Connie Palmen is Judas

12 minutes to read
Article
Laura Thomas
22/05/2017

‘Ik zou een roman schrijven die Judas heette, en toen ging mijn man dood  (Palmen, 2011:1).’ Met deze zin opent Connie Palmen haar Logboek van een onbarmhartig jaar. Eerst noemt ze ’s werelds grootste en bekendste verrader en daarna pas de dood van haar echtgenoot. Het is paradoxaal om deze twee samen in één zin te zetten. Palmen benoemt Judas meermaals in het boek. De uitspraken rondom Judas zijn veelal stellig en hebben betrekking op Palmens schrijverschap. ‘Zodra de schrijver de pen oppakt, is hij een Judas’ (Palmen, 2011:20). Dit is een van vele uitspraken. Na het onder elkaar zetten van alle teksten met betrekking tot Judas kwam ik tot de volgende vraag: ‘welke rol speelt de figuur Judas in dit boek?’ Het gaat mij daarbij vooral om de vraag of Judas in deze roman een symbolische rol vervult? 

In Logboek van een onbarmhartig jaar neemt Palmen de lezer mee naar haar studententijd. Hierdoor bevindt de lezer zich bij een college van Cornelis Verhoeven, professor in de klassieke wijsbegeerte, over het woord symbolon. Symbolon ‘is een scherf vertelt hij. Op de scherf staat een geheim geschreven, een geheim dat je met iemand deelt. Om het geheim te bewaren, en de onderlinge band te behouden die door het delen van de kennis is geschapen, breek je de scherf in tweeën. Je maakt daarmee de code onleesbaar voor anderen. Het symbool, het teken, wordt voor een buitenwereld pas leesbaar, en dus betekenisvol, als je de scherven bijeenvoegt (Palmen, 2011:28).’ In dit essay zal ik betogen dat Judas Iskariot in Logboek van een onbarmhartig jaar de scherf is waarop het geheim geschreven staat dat Palmen met haar lezers wil delen.

De verrader

Judas Iskariot is een van de twaalf discipelen. Een andere veelgebruikte term is 'apostel,' maar dit is niet correct, aangezien ‘de term discipel wordt gebruikt voor de twaalf wanneer zij optreden tijdens het leven van Christus, en wordt de term apostel gereserveerd voor hun optreden na Christus’ dood’ (Hall, 1974:28). Judas was de discipel die Christus met een kus verried aan de joodse hogepriesters en oudsten. Hij is daarom de geschiedenis in gegaan als de grote verrader.

We kennen Judas uit de vier evangeliën. Deze werken zijn leidend voor onze kennis van het passieverhaal, maar er wordt wel eens getwijfeld aan de betrouwbaarheid ervan. Allereerst omdat deze bron niet uit eerste hand is. ‘Ze houden ruwweg het midden tussen geschiedschrijven en polemiek’ (Stanford, 2015:41). Ten tweede schetsen de evangelisten geen psychologisch portret, waardoor we de beweegredenen van Judas' beslissing om Christus te verraden niet kunnen achterhalen. In het essay My Man (1997) schrijft literatuurcriticus Frank Kermode: ‘Wat betreft de historische status van Judas kan natuurlijk nooit worden geponeerd dat hij niet heeft bestaan, maar wij kennen hem alleen voor zover hij bestaat in een vorm van fictie die in de eerste eeuw werd beoefend’ (Stanford, 2015:42). Dit geldt voor alle figuren in de bijbel, maar voor Judas heeft dit ervoor gezorgd dat hij in het hokje van ‘verrader’ wordt geplaatst. In de Bijbel wordt Judas neergezet als het toonbeeld van verraad.   

Niet alleen Judas wordt gezien als verrader, maar de gehele joodse gemeenschap wordt op zijn verraad aangekeken.       

Het thema Judas en zijn verraad kan in Logboek van een onbarmhartig jaar op verschillende manieren worden geïnterpreteerd, waardoor Judas de spreekwoordelijke scherf kan worden waarop het geheim geschreven staat dat Palmen met haar lezers wil delen. In het boek zien we niet alleen de klassieke, negatieve, laag van de verrader. Palmen schrijft niet alleen over Judas als een trouweloze hond die een ander verklikt. Ik ben van mening dat zij ook andere invalshoeken omtrent Judas meeneemt. De complexiteit van Judas wordt in de volgende passage bevestigd: ‘De schrijver is per definitie indiscreet. Hij is de verrader, de onthuller, de ontdekker. Hij is de vijand van het stilzwijgende verbond, van het duistere familiegeheim, van de mysterieuze samenzwering, van de groep, de club, het genootschap. Schaamtevol, omzichtig, discreet, introvert en innemend in de omgang, zodra de schrijver de pen oppakt, is hij een Judas’ (Palmen, 2011:20).

Hierin laat Palmen de verschillende kanten van Judas doorschemeren, maar ze bevestigt ook de definitie van Judas als verrader. Een schrijver is volgens haar een verrader, omdat ‘ze de intieme details uit het privé-leven portretteert’ (Bax, niet gepubliceerd). In Logboek van een onbarmhartig jaar verloochent Palmen haar geliefden, door haar ervaringen te noteren met betrekking tot het overlijden van Hans van Mierlo. In haar logboek worden emoties en handelingen van intimi beschreven, waardoor Palmen zichzelf als indiscreet beschouwt. Ze ziet zichzelf in een verradersrol. Tegelijkertijd beschrijft Palmen Judas ook als ontdekker en onthuller, waardoor ze ook refereert aan een andere positionering van (een) Judas.

De zondebok

‘Verraad is een thema, het verraad van de schrijver (Palmen 2011:72).’ Dat de termen verraad en verrader onlosmakelijk verbonden zijn met Judas is duidelijk. Naast het woord verraad is er ook een minder verwijtende term verbonden aan Judas, namelijk de term ‘zondebok’. René Girard, een van de vernieuwers van de hedendaagse menswetenschappen, schreef over dit begrip in Le bouc émissaire (1986).

Voordat we kunnen schrijven over Judas als zondebok in het werk van Palmen, moeten we eerst helder hebben wat het begrip zondebok inhoudt. De zondebok is een persoon die schuldig wordt bevonden aan een gebeurtenis en die daardoor in zijn eentje tegenover een collectief komt te staan. Vaak is een zondebok gecreëerd door de leugen van het collectief: ‘In mythen wordt het verhaal altijd zo verteld dat de zondebok daadwerkelijk schuldig is’ (Bax, niet gepubliceerd).

Judas is een mythische figuur uit de Bijbel. In de vier evangeliën wordt het passieverhaal vanuit christelijk perspectief beschreven, waardoor Judas als zondebok wordt geportretteerd. We kunnen niet met zekerheid stellen dat het beeld dat in de evangeliën geschapen wordt de waarheid is, waardoor de mogelijkheid bestaat dat het christendom een leugen vertelt over Judas. Door de evangeliën ziet men Judas als verrader.

Niet alleen Judas wordt gezien als verrader, maar de gehele joodse gemeenschap wordt op zijn verraad aangekeken. Dat maakt Judas tot de zondebok van de joodse gemeenschap. Het Christendom verwijt hen Judas’ verraad. Een verklaring hiervoor is dat Judas symbool staat voor de jood. ‘Judas, die afstamt van Juda, vierde zoon van aartsvader Jakob, is het Hebreeuwse woord voor Jood’ (Stanford, 2015:38). Hierdoor kan gesteld worden dat Judas verantwoordelijk gehouden wordt voor de negatieve gebeurtenissen die van doen hebben met de Joodse gemeenschap. Dat maakt Judas een maatschappelijke zondebok. Hierdoor kan gesproken worden van het zondebokmechanisme.

Roddelen

Ook in Logboek van een onbarmhartig jaar gaat het verraad gepaard met een zondebok. Aan de hand van een passage uit het boek wil ik deze stelling uitleggen. Palmen verwijst in de volgende passage naar een situatie rondom een documentaire in het KRO-programma Profiel. In deze situatie komt Palmen in de positie terecht waarbij zij als eenling tegenover een collectief staat.

‘Ze [de documentairemaakster] heeft al een bondgenootschap met de geïnterviewden gesloten. Met het idee dat er echte mensen schuilgaan achter de personages in De wetten (1991) en in De vriendschap (1995), heeft ze met hen stilzwijgend een pact gesloten: wij geven de schrijver een koekje van eigen deeg, met mijn hulp kunt u ten overstaan van iedereen openbaren hoe het echt was, hoe zij echt was. Behalve de handlanger van het misdeelde personage, is ze erop uit om het beeld te bevestigen dat er van mij heerst, dat ik met iedereen breek zodra ze me niks meer te bieden hebben. Ik wens haar succes met het maken van de documentaire’ (Palmen 2011:109).

In deze passage plaatst Palmen haar rol als schrijfster tegenover de documentairemaakster en de groep geïnterviewden, vage kennissen die Palmen niet zelf heeft uitgekozen. De documentairemaakster en de geïnterviewden vormen een collectief. Het collectief wil Palmen ‘een koekje van eigen deeg’ geven, Hiermee wordt bedoeld dat de geïnterviewden willen laten zien hoe Palmen echt is. De documentairemaakster heeft de geïnterviewden gekozen, dit waren niet Palmens eigen voorkeuren. Nu hoeft er in een documentaire niet enkel geluisterd te worden naar de voorkeuren van, in dit geval Connie Palmen, maar in deze documentaire wordt er überhaupt niet naar geluisterd. Dit leidt tot de vorming van een collectief tegen het schrijven van Palmen, wat door deze personen ervaren wordt als een vorm van verraad.

De schrijver is niet de verteller, maar positioneert de verteller van het verhaal op een bewuste manier. 

De geïnterviewden zien zichzelf als een ‘handlanger van het misdeelde personage’. Deze mensen voelen zich aangesproken, omdat zij zich identificeren met een van de personages. Zij ervaren de schrijver als een verrader, omdat zij vinden dat deze roddelt. Roddelen is ‘het praten over privézaken van afwezige anderen, vooral op een vervelende manier’ (encyclo, 2016). Palmen ziet schrijven echter niet als een vorm van roddelen. Zij stelt dat schrijven een openbaring is, maar ook dit is een vorm van verraad: ‘De tweede betekenis van verraad is ‘openbaring’’(Bax, niet gepubliceerd).       

In het citaat over het KRO-programma Profiel portretteert Palmen zichzelf als de girardiaanse zondebok. Hierin komt het theoretische zondebokmodel van het collectief versus de eenling duidelijk terug. Het schrijven van fictie, met de daarbij horende fictieve personages, wordt aangeduid als een kwalijke zaak, ongeacht het gegeven dat het om fictie gaat. De interpretatie die kennissen van de schrijver aan een roman geven kan zijn dat het gaat om autobiografische gebeurtenissen. Hierdoor kunnen zij een collectief gaan vormen tegen de schrijver, waardoor die zich als zondebok kan positioneren. 

Het sleutelpersonage 

In Improving the story (2010) schrijft Frank Kermode dat Judas het sleutelpersonage, zoals men het noemt in de dramaturgie, van het verhaal is (Stanford 2015 p. 99).’ Een sleutelpersonage is de persoon in sleutelpositie, dat wil zeggen de persoon die een doorslaggevende rol speelt. Judas maakt de beslissing om Jezus te overhandigen aan de hogepriesters. Hij levert Jezus uit aan de soldaten door hem aan te wijzen met een kus, daarmee beheerst hij het passieverhaal.

De schrijver van een logboek schrijft vanuit een ik-vertelsituatie, waardoor het lijkt of de regie in handen is van de verteller. Dit bevestigt Palmen in de volgende passage: 

‘Ik ga steeds meer terug in de tekst, om er iets van te maken. Het is verraad, bedrog, een schending van de belofte van het genre. Hoe kun je dit nog een logboek noemen? Zouden alle dagboekschrijvers de dictatuur van de dag verlaten, de wetten van het genre schenden, verfraaien, verdiepen, invoegen, aanvullen? (Palmen 2011:74 -75).’ 

Als verteller impliceert Palmen dat ze constant de tekst verandert naar haar verhaal. Deze veranderingen kunnen gezien worden als verdraaiingen, die op hun beurt weer gezien kunnen worden als verraad, omdat hiermee de waarheid aangepast wordt.

Niet alleen de verteller is volgens Palmen een sleutelpersonage. De schrijver is ook in het bezit van de sleutelpositie. Dat wordt duidelijk in de volgende al eerder geciteerde passage: 

‘De schrijver is per definitie indiscreet. Hij is de verrader, de onthuller, de ontdekker. Hij is de vijand van het stilzwijgende verbond, van het duistere familiegeheim, van de mysterieuze samenzwering, van de groep, de club, het genootschap. Schaamtevol, omzichtig, discreet, introvert en innemend in de omgang, zodra de schrijver de pen oppakt, is hij een judas (Palmen, 2011:20).’ 

De schrijver heeft de uiteindelijke macht over de pen. De schrijver is niet de verteller, maar positioneert de verteller van het verhaal op een bewuste manier. In een autobiografische logboekvorm legt de schrijver haar dagen vast, maar wederom is de schrijver niet de verteller. De schrijver kiest in een logboekvorm voor een ik-verteller, die zorgt voor een ik-vertelsituatie. Bij deze vertelsituatie is er sprake van een gedramatiseerde verteller. Daarnaast is er zowel sprake van een belevend ik, als van een vertellend ik. De verteller is in een ik-vertelsituatie niet alwetend. Zij vertelt vanuit haar eigen perspectief en toont daarmee haar eigen perspectief aan de lezer. Dat zorgt ervoor dat de ik-verteller fungeert als een sleutelpersonage.

Het is van belang dat we niet de schrijver zien als het sleutelpersonage, maar juist de verteller. De schrijver bevindt zich in een sleutelpositie doordat zij de vertelsituatie kiest. In Logboek van een onbarmhartig jaar heeft Palmen voor een ik-vertelsituatie gekozen. Het verhaal is fictief, ondanks dat het in eerste instantie de indruk wekt non-fictie te zijn. Doordat het logboek gebruik maakt van een ik-vertelsituatie is het geschreven vanuit het perspectief van Palmen als een personage. Palmen is als verteller een personage, waardoor het geen waarheidsgetrouwe weergave van de werkelijkheid meer is. Als sleutelpersonage kan zij het logboek vormen, door middel van haar belevend en vertellend ik. Palmen is Judas door deze beheersende positie als verteller.

Verering     

Waarom kiest Palmen voor Judas als symbool en niet een figuur als Melanthius, de ontrouwe geitenhoeder in de Odyssee? Een van de motieven voor Judas' verraad is dat Judas zich verscheurd voelt. Palmen heeft eenzelfde gevoel. Zij verliest haar grote liefde Hans van Mierlo en wil zijn nalatenschap eren; haar herinnering aan hem eren. Dit sluit perfect aan bij Judas, als symbool. De naam Judas heeft niet alleen te maken met verdoemenis. ‘Judas – de Griekse vorm van het Hebreeuwse Juda of Jehoeda – is afgeleid van het werkwoord bedanken, of eren (Stanford 2015:38).’ De eerste zin uit Logboek van een onbarmhartig jaar is niet zo paradoxaal als hij lijkt. Judas en Hans samen in één zin noemen is van symbolische waarde. Connie Palmen is Judas, omdat ze haar laatste herinneringen aan Hans van Mierlo eert in dit logboek.

Palmen is als verteller een personage, waardoor het geen waarheidsgetrouwe weergave van de werkelijkheid meer is.

Het logboek is de uitkomst van haar verering. Ze beschrijft het ziekbed van Hans van Mierlo, maar daarnaast beschrijft ze vooral haar liefde voor hem. ‘Als ik naar Marie kijk zie ik dat ook bij haar de tranen over de wangen rollen. We houden zoveel van hem dat we bijna barsten’(Palmen, 2011:156).  Ze schrijft hoe geweldig Hans was en wat voor gemis het is, een wereld zonder hem. ‘Rouw is verliefdheid zonder verlossing. Ik ben panisch zonder hem’ (Palmen, 2011:11). In het boek wordt er niet kwaad gesproken over Hans. Naast de thema’s rouw, verdriet en verwerking is er verering. De verering van Palmens geliefde Hans.

Een gelaagd verhaal   

‘Palmen beschouwt het Judas-thema als essentieel binnen de literatuur’ (Bax, niet gepubliceerd). Palmen gebruikt Judas als een symbool in Logboek van een onbarmhartig jaar, maar dit symbool is niet gebonden aan één betekenis. De verschillende betekenissen die zijn bekeken in deze paper zijn gebaseerd op uiteenlopende perspectieven. Zo gebruikt Palmen het perspectief van de vier evangeliën. Dit perspectief verwoordt Palmen in Logboek van een onbarmhartig jaar. Het gaat hier om het gebruik van Judas als het symbool voor de schrijver als verrader, zondebok of slechterik.. Het judas-thema is echter genuanceerder dan enkel het kwade. Deze nuancering staat niet letterlijk in de tekst beschreven, maar lees je tussen de regels door. Hierdoor is de verteller ook de Judas in de tekst. Dit komt omdat het een sleutelpersonage is. Daarnaast verwijst judas ook naar verering. Het gehele logboek staat in het teken van het vereren van Palmens geliefde Hans van Mierlo. Deze laatste twee betekenissen zijn niet symbolisch voor het kwade. Palmen gebruikt Judas daarom ook in al zijn goede en kwade facetten.

Deze betekenissen bij het symbool Judas zorgen voor een mooie en extra gelaagdheid in Logboek van een onbarmhartig jaar met betrekking tot het schrijverschap. Het schrijverschap kan gezien worden als een vorm van verraad, waarin de schrijver als moderne roddelaar wordt neergezet. Het schrijverschap vormt een mogelijkheid tot verandering, door zijn sleutelpositie om de verteller te plaatsen binnen het verhaal. Daarnaast is er de mogelijkheid tot verering die schrijverschap biedt. Palmen toont het ware gezicht van Judas door als symbool zijn veelzijdigheid te gebruiken.

Bibliografie

Bax, S. (niet bekend). Een echoput vol waarheden. Het schrijverschap van Jacq Vogelaar in de jaren tachtig en negentig. Niet gepubliceerd

Bax, S. (niet bekend). ‘The writer is essentially indiscrete.’ On the literary gossip of a Dutch literary celebrity. Niet gepubliceerd.

van Boven, E., Dorleijn, G. (1999) Literair mechaniek. Bussum: uitgeverij Coutinho.

Girard, R. (1986). Le bouc émissaire. Parijs: Grasset.

Hall, J. (1974). Hall’s iconografisch handboek: onderwerpen, symbolen en motieven in de beeldende kunst. Leiden: Primavera pers.

Palmen, C. (2011). Logboek van een onbarmhartig jaar. Amsterdam: Prometheus.

Roddelen., (2016) In Encyclo: online encyclopedie.

Stanford, P. (2015). Judas. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij.

Symbool., (2016). In Van Dale Online.