Pretstudies in een pretcultuur: over spelletjes, kennis en samenleven

4 minutes to read
Column
Jan Blommaert
30/10/2017

In de donkere jaren voor de Tweede Wereldoorlog publiceerde Johan Huizinga een merkwaardig boek: Homo Ludens. Het boek behandelde het "spel-element" in de Westerse beschaving, en het wordt gezien als één van de meest verhelderende studies in dat domein, onbetwist deel van de canon van twintigste-eeuwse klassiekers in het denken. De centrale these van het boek is helder: Huizinga ziet "ludieke" praktijken als de grondslag van zowat alles wat de Westerse samenleving karakteriseert. Onze cultuur is een pretcultuur, en dat is haar diepste wezen.

Het spel is spannend, opwindend, onbekend en vol verrassingen. Het is, kortom, alles wat wetenschap zou moeten zijn.

"Ludiek" staat hier echter niet enkel voor dingen die we "voor de pret" doen. Die horen daar uiteraard bij, maar het ludieke is veel ruimer. Het behelst alles wat we vrij, spontaan en ongedwongen doen (of minstens zo ervaren), wat geen echt doel heeft in termen van economische of organisatorische efficiëntie, geen directe belangen dient, wat niet echt aan strakke regels en beperkingen gebonden is en net daardoor vaak creatief en innovatief is, en wat we terzelfdertijd ook heel erg serieus nemen. Waardoor we er erg graag heel veel energie en toewijding aan geven, en er graag steeds beter in worden. Het spel is spannend, opwindend, onbekend en vol verrassingen. Het is, kortom, alles wat wetenschap zou moeten zijn.

Huizinga - nog steeds één van de meest geciteerde Nederlandse wetenschappers ooit - schreef Homo Ludens in een tijd waarin wetenschap op heel andere manieren werd ingezet: als een middel tot de hyper-rationalisering van de samenleving, met daaraan gekoppeld alle mogelijke rationele (lees: op wetenschap gebaseerde) methoden voor de controle, de verdrukking en zelfs de vernietiging van mensen. Huizinga schreef het ook met die ontwikkeling in gedachten, en zijn voorwoord besluit met een "nu of nooit" gedachte: ik kon dit boek nu schrijven, ofwel nooit meer, en ik moest het schrijven.  He wrote to kill, zouden hedendaagse academici zeggen, want het punt dat hij in Homo Ludens maakte was van levensbelang in een tijd waarin Hitler en Stalin bepaalden hoe Westerse samenlevingen eruit zouden zien. Het spel-element in de vorm die hij had geschetst werd (zoals ook Bateson later aangaf) weggeduwd door een ander type "spel" - zoals het schaakspel - dat onderworpen was aan strakke regels en sancties en waarin winnen of verliezen belangrijker was geworden dan het spelen zelf. Het spel in de zin van Huizinga was zowat al z'n kenmerken verloren, en werd niet meer gezien als een cruciale functie van kennis en samenleven.

Wie het spel-element z'n legitimiteit en belang ontneemt, en mensen niet langer toelaat te spelen, die raakt de kern van wie en wat die mensen zijn.

Dat deed de auteur van Herfsttij der Middeleeuwen denken aan een herfsttij van de Westerse beschaving. Wie het spel-element z'n legitimiteit en belang ontneemt, en mensen niet langer toelaat te spelen, die raakt de kern van wie en wat die mensen zijn: hun innovatieve potentieel dat wordt aangedreven door het ongeregelde en vrije karakter van het spelen. Wanneer spelen niet meer is toegestaan, dan is vrij en creatief denken niet meer toegestaan, en dan wordt samenleven beregeld (zoals het schaakspel) door bestaande regels die men eindeloos moet inoefenen. Innovatie wordt dan herleid tot een minieme afwijking van die regels, een soort "accent" dat men aan die regels toevoegt. Met de blik op Hitler en Stalin was Huizinga van mening dat zoiets het einde van onze beschaving zou betekenen.

In het land van Huizinga hoort men vandaag beleidsmensen oproepen om "pretstudies" maar af te schaffen. En die oproep heeft twee dimensies. Eén: weg met het bestuderen van alles wat ludiek is in de zin van Huizinga. En twee: weg met het bestuderen van dingen op de manier die Huizinga aangaf als elementair en fundamenteel voor onze kennis. Als we Huizinga's aanwijzingen volgen dan betekent dit dat we de samenleving enkel nog kunnen bekijken als een schaakspel, en op de manier van een schaakspel: als door-en-door beregeld en efficiënt, en zonder enige ruimte voor innovativiteit-ten-gronde. Het is een samenleving die haar wezen ontkent, die weigert zichzelf te verrassen en te vernieuwen, die weigert zichzelf te zien als boeiend, onvoltooid en vol verbeelding, en geen van die dingen zelfs nog toelaat als werkhypothese in het onderzoek van die samenleving. Want ook wetenschap is herleid tot een reeks regels die men bovenal moet volgen om bovenal "efficiënt" te zijn. Vormen van wetenschap die net het onverwachte opzoeken en die daardoor in staat zijn tot vragen te komen die men nooit op voorhand had kunnen stellen - dat soort van wetenschap heet nu "pretstudies". En ze zijn irrelevant verklaard.

Het is een samenleving die weigert zichzelf te zien als boeiend, onvoltooid en vol verbeelding, en geen van die dingen zelfs nog toelaat als werkhypothese in het onderzoek van die samenleving.

Kerst komt eraan. Ik neem me voor een tiental exemplaren van Homo Ludens te bestellen en ze, netjes verpakt, te verzenden naar die beleidsmakers. Gewoon voor de pret, jazeker, maar ook omdat men pretstudies best au sérieux neemt, als manieren om het wezen zelf van onze kennis en samenleving te begrijpen.

In het land van Huizinga zou men minstens z'n Huizinga moeten kennen. Hij schreef tenslotte ook over Nederland.