Rowwen Hèze en globalisering

Over Amerika, America en de kermis in Horst

7 minutes to read
Article
Sjaak Kroon
25/01/2017

 

Van 19 tot 27 januari 2017 staat de Limburgse band Rowwen Hèze op De Vrienden van Amstel Live! in Ahoy, Rotterdam. Rowwen Hèze bestond in 2015 dertig jaar. In het jubileumboek ‘Het dorp en de wereld’ dat bij die gelegenheid verscheen[i] schreef Sjaak Kroon over regionale identiteit en globalisering.

 

’t is een kwestie van geduld…

In 1992 speelde Rowwen Hèze op de Uitmarkt in Amsterdam. Het was een grandioos concert dat de landelijke doorbraak markeerde van de tot dan vooral regionaal bekende band. Het optreden met Karin Bloemen en Flaco Jimenez als gastmuzikanten werd live uitgezonden op de televisie. Karin Bloemen zong in het Engels ‘Green green grass of home’ en Flaco Jimenez zong in het Spaans maar een dolenthousiast veelal uit “Hollanders” bestaand publiek zong uit volle borst dat heel “Holland” naar alle waarschijnlijkheid binnen afzienbare tijd Limburgs zou spreken:[ii]

’t Is een kwestie van geduld

 Rustig wachten op de dag

Dat heel Holland Limburgs lult

Dat heel Holland Limburgs lult.

Ik zag het thuis op de bank en snapte er niks van. Als we met Crétien Breukers “een Hollander” omschrijven als “iedereen die niet uit Limburg, maar wel uit Nederland komt, met uitzondering van Brabanders”[iii] dan kan zo’n tekst toch eigenlijk alleen maar worden gekwalificeerd als luchtfietserij, als dichten en zingen tegen beter weten in. Misschien is het Amsterdamse succes van ‘Kwestie van geduld’ wel te verklaren uit het feit dat in het refrein van dit nummer bijna geen woord Limburgs te ontdekken valt – behalve dan het typisch Limburgse gebruik van Holland. Wie zou denken dat lullen een Limburgs woord voor ‘praten’ is, heeft het mis: lullen is in het Limburgs, net als in het Nederlands vooral ‘kletsen’ of ‘zwetsen’[iv] en dat is gezien de tekst van de coupletten nou net niet waar Rowwen Hèze op doelt. Het gaat daar om het dagelijkse gebruik van het Limburgs als communicatiemiddel. Als het Limburgs in ‘Holland’ alleen zou worden gebruikt om te zwetsen, ‘luidruchtig en onbedachtzaam’ te spreken zoals Van Dale het omschrijft, zou daar immers weinig mee gewonnen zijn – om te zwetsen hebben ‘Hollanders’ geen Limburgs nodig.

 

Dialect en globalisering

Een tekst en meezingen tegen beter weten in dus. De overgang van de jaren tachtig naar de jaren negentig van de vorige eeuw is een tijd van grote en ingrijpende mondiale veranderingen die ook Nederland raken. De val van de Berlijnse muur in 1989, het einde van de Sovjet-Unie en de Koude Oorlog, de opkomst van nieuwe economieën met China voorop, ze veranderen het aanzien van de wereld voorgoed en in een niet eerder vertoond tempo. Ze betekenen het begin van een tijdperk van internationalisering en globalisering dat zijn weerga niet kent en dat nog wordt versterkt door publiekstoepassingen van de steeds geavanceerdere communicatie- en informatietechnologie. De wereld is online en door het gebruik van social media vervagen de grenzen van ruimte en tijd. Engels wordt meer en meer het toverwoord dat deuren opent en toegang biedt tot digitale werelden. In Nederland vrezen politici zelfs dat het Nederlands door het Engels zal worden verdrongen en worden initiatieven genomen om het Nederlands in de Grondwet te verankeren.[v]

En in dat tijdsgewricht, in die context produceert Rowwen Hèze de ene na de ander CD met liedjes in het Limburgs, begeleid door muziek waarin vooral accordeon en trompet opvallen en waarin naast rock, folk en tex-mex, ook polka, hoempamuziek en de plaatselijke fanfare doorklinken. En de band heeft succes. Van noord tot zuid en van oost tot west worden de teksten meegezongen. Dat het Noordlimburgse dialect van America , een van de kerkdorpen van de Gemeente Horst aan de Maas, niet al te veel afwijkt van het Standaardnederlands komt daarbij goed van pas.[vi]

Mobiel of liever thuis

Dat het in de teksten van Jack Poels niet alleen altijd feest is maar dat ook de kleine en grote dingen uit het leven van alledag voor iedereen herkenbaar en invoelbaar worden bezongen, speelt in het succes van Rowwen Hèze zeker ook een rol. En toch is er iets vreemds aan de hand met die teksten. Waar in de post-moderne wereld op de drempel van de eenentwintigste eeuw de hartslag van de samenleving er steeds meer een is op het ritme van internationalisering, globalisering, mondiale ontmoetingen, migraties en wereldbranden en een daarmee samenhangende als maar toenemende superdiversiteit,[vii] staat bij Rowwen Hèze hoogstens ‘De Peel in brand’ en is reizen een bezigheid die, bijna negentiende-eeuws, vooral plaats lijkt te vinden per trein. D'n trein di giet met enne stoet – je ziet de stalen perronoverkappingen en de stoom bijna voor je (‘Noeit mier goan’). Reizen is in de teksten een soms noodzakelijk maar weinig favoriet tijdverdrijf dat leidt tot ongewenste confrontaties met stations als die van Den Bosch (‘Gespeegeld in de raam’) en Utrecht (‘Noeit mier goan’), verloren lopen in een …groete stroat in enne gruwlijk groete stad (‘Dichter bij ow’) of eenzaam zijn in een vreemd hotel (‘Hotel Houdoe’) terwijl het toch voor iedereen duidelijk moet zijn dat de moeiste weg van deze werld/ leupt in ’t zuiden dor ’t veld (‘Lied vur Limburg’). De enig mogelijke conclusie is dan (achteraf uiteraard): Ik mot noeit mier goan, noeit mier goan/ Noeit nee noeit mier goan (‘Noeit mier goan’). Liever geen trein dus en zeker niet vliegen: de enkele keer dat het vliegtuig genomen wordt, is de spijt over dit onbezonnen besluit groot (‘Stewardess’):

Ik oajem in, ik oajem oet

 Ik vroag meej af terwijl ik zweef

Tusse leave, tusse doed

 Wurrum ik neet doar onder bleef.

Van America naar Amerika

Een lofzang op de veilige beslotenheid van het Limburgse platteland met zijn feesten, gebruiken en tradities, met zijn aan de grond verknochte gewone, aardige mensen, die misschien een enkele keer als het echt niet anders kan met de trein gaan en bij voorkeur gebruik maken van …os eige taal/ osse eige, veilige, heilige graal (’50 Joar’), onaangeraakt door invloeden van buiten, van vreemde smetten vrij, is dat wat Rowwen Hèze beoogt? Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat, anders dan de teksten van Rowwen Hèze op het eerste gezicht lijken te suggereren, globalisering en superdiversiteit niet zijn voorbehouden aan de hypermobiele moderne metropolen van deze wereld zoals Beijing, New York, of Tokyo.[viii] Ook in de marges van die grote wereld, in de rurale periferie tussen maïsvelden en varkensschuren dringen aspecten van die globalisering door. Vaak gaan daar het globale en lokale samen in wat ook wel glokalisering wordt genoemd: door de druk van de grote wereld krijgt het lokale en eigene juist meer gewicht en aandacht maar zonder de rest van de wereld buiten te sluiten. 

 

Ook in Limburg, ook bij Rowwen Hèze. Het mooist komt dat tot uitdrukking als de band in 1998 in het Zuiden van de Verenigde Staten bij de chicano’s en de nakomelingen van Duitse migranten op zoek gaat naar de wortels van de tex-mex, haar grote inspiratiebron. Wie op YouTube de film ‘Van America helemaal naar Amerika’ bekijkt die Leon Giesen over de reis maakte,[ix] zal opmerken dat deze “wereldmuziek” – in feite het product van globaliseringsbewegingen avant la lettre – in Texas wordt gespeeld in precies dezelfde psychologische en fysieke omgeving als waar Rowwen Hèze gewoon is te spelen, in jongerencentra, cafés, danstenten en feestzalen. Hoogtepunt is een oorspronkelijk niet gepland optreden in een bar met de naam Moon River, een plek waar je je, zoals Jack Poels in deel 4 van de film zegt, meteen op je gemak voelt, met aardige mensen die ook in America hadden kunnen wonen, waar alles gewoon is tot en met de op de een of andere manier kneuterige inrichting van de bar, heel menselijk zoals vroeger Jongerencentrum Club Cartouche in America of Café Boëms Jeu.

 

En in Horst is het kermis

Van de reis naar Amerika werd niet alleen een film gemaakt, ze leidde ook tot het prachtige nummer ‘Auto, Vliegtuug’ met daarin de alleszeggende regels:

Auto, Vliegtuug, Dun Trein Dun Boewt

Waat is de werreld tog groet

Als ik mien oege sloet

Zeen ik elke daag wat mier

De werreld is groet in mien durp aan de rivier

Auto, Vliegtuug

 Auto, Vliegtuug, Dun Trein Dun Boewt

[…]

Waat is de werreld tog groet

 Als ik mien oege sloet....

Als je bijvoorbeeld in America, maar net zo goed in Mook en Middelaar of Eijsden, de hele wereld binnen handbereik hebt door enkel maar je ogen te sluiten, neem je op een heel bijzondere manier deel aan de globalisering; daar hoef je niet fysiek voor op reis te gaan en daar hoef je zeker niet op 20 september 1999 een dag langer voor in Paradiso te blijven om na een spetterend spontaan middagoptreden met Los Lobos en Tierra Caliente ook nog ’s avonds mee te doen. Of, zoals Jan Brands het kernachtig verwoordt: “Los Lobos heeft duidelijk zin in meer. Of Rowwen Hèze in het avondconcert wat mee wil spelen? Jawel, maar al meer dan een dag van huis en daar wachten de kindjes. En in Horst is het kermis. Een prachtig aanbod dus, maar nee, toch maar niet.[x] De kermis in Horst gaat voor – daar kan geen globalisering tegen op.

 

Noten

[i] Leonie Cornips & Barbara Beckers (red.), Het dorp & de wereld. Over 30 jaar Rowwen Hèze (Uitgeveruij Vantilt, 2015)

[ii] Alle teksten zijn ontleend aan http://rowwenheze.nl/liedteksten/.

[iii] Zie Crétien Breukers, Een zoon van Limburg (Uitgeverij Marmer, 2014, p. 269). Volgens Breukers zijn overigens Brabanders “geen mensen, het zijn gewoon Brabanders, mislukte versies van de Limburgers” – dat laat ik maar even voor zijn rekening.

[iv] Zie bijvoorbeeld het Dialectwoordenboek van de Gemeente Gennep (1993, p. 116), het Zittesj Woordebouk (2005, p. 254) of het Venrays Woordenboek (1991) dat op p. 281 het woord lulbòks voor ‘zwetser, prater’ opneemt. Zie ook Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal (2005) p. 4310.

[v] zie http://www.denederlandsegrondwet.nl/9353000/1/j9vvihlf299q0sr/viivckl8ibxx voor een overzicht van activiteiten m.b.t. de Nederlandse taal in de Grondwet.

[vi] Op de dialectenkaart van Jo Daan uit 1969 neemt het dialect dat zij aanduidt als Noordbrabants en Noordlimburgs, als het gaat om de afstand tot het Nederlands een middenpositie in, dat wil zeggen dat het ook voor niet-sprekers van dat dialect goed te volgen (en dus ook mee te zingen) is. Voor wie mocht twijfelen: in zijn proefschrift ‘Waar scheiden de dialecten in Noord-Limburg? Een dialectometrisch onderzoek naar het gewicht van isoglossen’ (CLS/LOT, 2016) plaatst Frens Bakker het dialect van Horst in de zogenaamde Horster Band, het overgansgebied tussen de zuidelijke en noordelijke dialecten van Noord-Limburg. Rowwen Hèze zingt dus wel degelijk in het Limburgs.

[vii] Zie Ico Maly, Jan Blommaert en Joachim Ben Yakoub, Superdiversiteit en democratie (Uitgeverij EPO, 2014).

[viii] Zie Xuan Wang, Massimiliano Spotti, Kasper Juffermans, Leonie Cornips, Sjaak Kroon en Jan Blommaert, ‘Globalization in the margins: toward a re-evaluation of language and mobility. In Applied Linguistics Review 5 (2014) 1, p. 23-44.

[ix] Zie http://www.youtube.com/watch?v=yV7JHuBuYBU.

[x] Zie http://www.rowwenheze.nl/band/ons-verhaal/hoogtepunten. Bron: Jan Brands, Boem 30, november 1999.