De literatuurwetenschap was nog nooit zó nodig

4 minutes to read
Article
Inge van de Ven
25/08/2017

In De Volkskrant ontstond vorige week een discussie over de huidige staat van de literatuurwetenschap. Als we filosoof Sebastien Valkenberg en hoogleraar Spaans Maarten Steenmeijer mogen geloven, staat het er niet al te florissant voor met deze discipline.

Valkenberg is ontevreden met de recente output van mijn vakgenoten. Hij gooit daarbij nogal wat op één hoop: zijn kritiek betreft de focus op het blootleggen van machtsstructuren in teksten en media  waardoor de discipline tot ‘activisme’ verwordt, de kwantitatieve benadering (‘tellen’), én de behandeling van populaire cultuur (studenten die, god verhoede, een scriptie schrijven over The Walking Dead).

Clothing resentment in jargon

Het leeuwendeel van Valkenbergs kritiek komt rijkelijk laat: toch wel een paar decennia. Hij hekelt het soort interpretatie dat centraal stond in de jaren ‘70 en ‘80, onder invloed van psychoanalyse en Marxisme als discipline-overstijgende ‘metatalen’. Het soort interpretatie dat ervan uitgaat dat betekenis onder het oppervlak ligt, verborgen en verdrongen in een soort onbewuste van de tekst, en ‘ontsloten’ en gedecodeerd dient te worden door een interpretator: het ‘symptomatisch lezen’ (Best en Marcus 2009).

“If everything were transparent, then no ideology would be possible, and no domination either,” schreef Fredric Jameson, één van de belangrijkste vertolkers van deze visie op literatuur, in 1981. Dus mogen we er nooit van uitgaan dat “the text means just what it says.” (61). Hier spreekt de ‘hermeneutiek van de achterdocht’, zoals filosoof Paul Ricoeur ooit zei over Freud’s interpretatiemodel (1970). Het idee dat de meest belangwekkende inzichten verborgen zijn, zien we overigens al bij de gnostici en Plato.

Dit interpretatiemodel is sindsdien veelvuldig aangevallen. Al in 1966 riep Susan Sontag op tot een ‘erotiek van het lezen.’ In 1998 karakteriseerde Richard Rorty de toon van de literatuurwetenschappen als knowingness en uitte hij de angst dat de nieuwe generatie literatuurwetenschappers niet meer durfde te verafgoden uit angst voor ideologie, en werd getraind “to clothe resentment in jargon” (1998: 126).

Steenmeijer duidt deze neiging tot jargon als volgt: volgens hem lijdt de literatuurwetenschap aan een minderwaardigheidscomplex tegenover de ‘echte’ wetenschappen en doet ze veel te hard haar best om bij de grote jongens te horen. Daarom grijpt ze naar de moeilijke teksten van Said, Foucault en Derrida, met maatschappelijke irrelevantie tot gevolg: “De literatuurwetenschap heeft zich vervreemd van de literatuur en, in het verlengde daarvan, van de samenleving”.

Als ik een blik werp op het onderzoek van ‘mijn’ generatie, is deze vervreemding moeilijk terug te vinden. Zo onderzocht Emy Koopman het effect van het lezen van literatuur over rouw en depressie op ons vermogen tot empathie, laat Kila van der Starre zien dat de poëzie springlevend is ‘buiten het boek’, toont Daan Rutten met behulp van speltheorie aan dat de ‘nihilistisch’ genoemde W.F. Hermans in wezen een geëngageerd schrijver mag heten, en boog Geertjan de Vugt zich, via een genealogie van de figuur van de dandy, over de relatie tussen literatuur en politiek. Hierbij schuwen zij de ‘moeilijke’ filosofen en theoretici overigens niet (zie ook het stuk in Volkskrant door Saskia Pieterse).

Literatuurwetenschap traint ons om de wereld aandachtig, kritisch én liefdevol te lezen.

Om een open deur in te trappen: literatuurwetenschap draait om interpretaties, maar ook om de reflectie op interpretatie. Hoe we een tekst interpreteren staat niet vast, is altijd in ontwikkeling, een punt van onderhandeling (zoals de Volkskrantpolemiek eens te meer aantoont). Bovendien zijn we ons er vandaag de dag meer dan ooit van bewust dat er meerdere leesstrategieën naast elkaar bestaan. De waarde van literatuurwetenschap schuilt juist in deze pluriformiteit van manieren van lezen en interpreteren, die we niet slechts toepassen op de literaire canon, maar ook op andere media en culturele objecten, en de wereld om ons heen. Literatuurwetenschap traint ons om die wereld aandachtig, kritisch én liefdevol te lezen.

Een training in aandacht

De vraag die Valkenberg en Steenmeijer opwerpen—hoe interpreteren wij?—wordt in de literatuurwetenschap doorlopend expliciet gesteld. En die vraag voert ons automatisch ver voorbij de deuren van onze universiteitsgebouwen. Literatuurwetenschap leert ons namelijk hoe we tot goede, scherpe interpretaties komen in een tijd waarin we dagelijks overladen worden met teksten in verschillende media. Onderzoekers en docenten in de literatuurwetenschap spelen een cruciale rol. Wij trainen onze studenten in het lezen, wat ook betekent: een training in aandacht. Wij leiden ze op tot wat James Wood (2015) serious noticers noemt. Hoe merk je details op die in een cultuur van speed-reading, binge-watchen en skimmen genegeerd of uitgefilterd worden? Wanneer moeten we opletten, wanneer kunnen we scannen? Wat moeten we zelf lezen, wat kan aan de computer worden uitbesteed?

Als er dan toch geklaagd moet worden, zou ik willen zeggen dat deze vaardigheden nog te vaak alleen in onderzoek worden ingezet. Terwijl ze meer dan ooit nodig zijn voor niet-professionele lezers die gebombardeerd worden met informatie. Het leren interpreteren van literatuur biedt studenten de tools om het hedendaagse informatie-overschot, bijvoorbeeld op sociale media, te lijf te gaan. Training in, en reflectie op interpretatie zijn onmisbaar als we willen overleven in het informatietijdperk.

De literatuurwetenschap is relevanter dan ooit.

 

Wil je meer info over literatuurwetenschap, dan is volgend seminarie 'Interpretation today' misschien wel iets voor jou. 

 

Referenties

Best, Stephen, en Sharon Marcus, Surface Reading: An Introduction, Representations 108 (2009): 1–21.

Jameson, Fredric. The Political Unconscious: Narrative as a Socially Symbolic Act. Ithaca, 1981.

Pieterse, Saskia. Wetenschapstradities afscrhijven als 'onleesbaar' is te makkelijk. Volksrant Opinie, 24-08-2017. 

Ricoeur, Paul. Freud en Filosofie, 1970.

Rorty, Richard. The Inspirational Value of Great Works of Literature. Achieving Our Country: Leftist Thought in Twentieth-Century America. Cambridge: Harvard U.P., 1998. 125-40.

Sontag, Susan. Against Interpretation [1966]. Against Interpretation and Other Essays. New York: Farrar, Straus and Giroux, 2001. 3-14.

Steenmeijer, Maarten. Letterkunde probeert teveel een echte wetenschap te zijn. Volksrant Opinie, 16-08-2017. 

Valkenberg, Sebastien. Onleesbaarheid Troef in de Literatuurwetenschap. Volkskrant Opninie op zondag, 13-08-2017. 

Wood, James. The Nearest Thing to Life, London: Jonathan Cape, 2015.

Image: Brian Dettmer, New Books of Knowledge, 2009.