Juf Anke van De Luizenmoeder in de klas

Waarom ik niet naar De Luizenmoeder kijk

6 minutes to read
Article
Sander Bax
29/01/2018

Het kijkcijfercanon van de laatste weken is de npo-serie De Luizenmoeder. Televisierecensenten jubelen, week op week worden kijkcijferrecords gebroken, en op sociale media wordt de serie steeds maar weer herkenbaar genoemd. En ik hoor het ook op het schoolplein zelf rondzoemen: het is zó herkenbaar! Maar als die serie zo herkenbaar is, hoe kan het dan dat ik er alleen maar met afgrijzen naar kan kijken? Waarom erger ik me zo vreselijk aan een serie die zo veel mensen waarderen? En waarom erger ik me eigenlijk vooral aan het feit dat mensen de serie herkenbaar vinden, terwijl ik er niets anders in zie dan een clichématige, hopeloos ouderwetse karikatuur die wat mij betreft uitmondt in een wekelijkse belediging van een beroepsgroep die toch al zo onder druk staat?

Po in Actie

Sinds een jaar of vijf is de basisschool een onlosmakelijk onderdeel geworden van mijn dagelijks leven. Elke morgen sta ik te midden van vaders, moeders en kinderen voor het hek van de basisschool. Voordat mijn oudste dochter vijf jaar geleden in groep 1 begon, wist ik zo goed als niets van hoe het eraan toeging in het basisonderwijs. Sindsdien ben ik steeds meer onder de indruk geraakt van de zorgvuldige, enthousiaste en liefdevolle manier waarop de leerkrachten in deze school zich inzetten om onze kinderen een mooie toekomst te bieden. Niet alleen door hen de kennis en de vaardigheden te leren die ze in die toekomst nodig hebben, maar ook door elke dag opnieuw een vrolijke en veilige sfeer voor de kinderen te creëren.

Tegelijkertijd werd mij ook steeds duidelijker hoe zwaar leraren in het basisonderwijs het hebben: ze geven les aan grote klassen met zeer diverse populaties, er ligt een strak programma dat elk jaar afgedraaid moet worden, de administratieve druk neemt jaar na jaar toe, en daarnaast is er nog de hele berg aan taken die docenten buiten het lesgeven om dienen uit te voeren. Door het lerarentekort wordt de druk op de docenten ook nog eens steeds groter: scholen doen er namelijk alles aan om ervoor te zorgen dat er geen kind is dat lijdt onder het feit dat er tegenwoordig bijna geen vervangende leerkrachten zijn te vinden, met als gevolg dat er van de leraren die er nog wel zijn, steeds meer rekbaarheid gevraagd wordt.

Dat is ook de reden dat Jan van de Ven en Thijs Roovers voor mij de twee helden van 2017 waren. Zij startten de beweging die #poinactie werd en die inmiddels een vervolg heeft gekregen in #voinactie en #woinactie. De basisschoolleraren waren de eerste groep leraren die het aandurfden om collectief en landelijk in protest te komen tegen de (vele) misstanden in het onderwijsbeleid van de afgelopen decennia. Ik denk dat men in Den Haag niet verwacht had dat zo veel leerkrachten én zo veel werkgeversorganisaties zich achter de acties zouden scharen. Van de Ven en Roovers hebben de problemen in het basisonderwijs op de kaart gezet als serieuze problemen: als we niets doen, wordt het de komende jaren gebruikelijk dat er klassen dagenlang naar huis worden gestuurd, simpelweg omdat de leraren op zijn. Langzaamaan groeit het besef dat er zich een crisis aan het voltrekken is in het gehele onderwijs en dat dat vraagt om een politiek masterplan (zie mijn pleidooi daarvoor in Univers vorig jaar).

Dat is een van de redenen waarom het werken in het onderwijs de afgelopen jaren zo complex is geworden: het is aan de onderwijzer in de klas om elke dag weer een pragmatische en vreedzame oplossing te vinden voor de sociale spanningen die zich buiten de klas voordoen.

Inmiddels hebben er in oktober en december 2017 enkele stakingsdagen plaatsgevonden, vooralsnog met redelijk wat instemming van werkgevers en ouders. Bij de staking in december waren echter al de eerste mopperende geluiden te horen. Dat neemt niet weg dat Van de Ven en Roovers duidelijk geagendeerd hebben hoe groot het probleem is dat er te weinig jonge mensen zijn die leraar willen worden en dat ze daar misschien ook niet helemaal ongelijk in hebben als je kijkt naar de salarisschalen, de werkdruk en de maatschappelijke waardering.

 

De Luizenmoeder

En met dat laatste zijn we weer terug bij De Luizenmoeder. Het beroep van leerkracht wordt in die serie verbeeld in het inmiddels grenzeloos populaire personage Juf Ank. Anders dan ook al niet bepaald realistische types als Superjuffie en Mees Kees is Juf Ank bepaald geen feel good leerkracht. Ze zoekt de confrontatie op met ouders (die kunnen haar niet snel genoeg het lokaal verlaten), ze benadert de kinderen op een bepaald infantiele wijze (het feit dat haar liedje ‘Hallo allemaal’ binnen no time door Andre van Duin tot carnavalskraker is gemaakt, mag dat illustreren) en bovendien verwoordt ze op tamelijk expliciete wijze haar nogal conservatieve ideeën over homoseksualiteit en over minderheden. 

 

Dat laatste element heeft in de receptie van de serie tot nu de meeste aandacht gekregen. Aan de ene kant van het spectrum staat televisierecensente en De slimste mens-winnares Angela de Jong die blij is met ‘een comedy waar Sylvana rode vlekken van krijgt’ en die de serie prijst omdat ze kritisch inspeelt op de trend van de afgelopen jaren om politiek correctheid af te dwingen. Met zijn allen keihard lachen om de politiek incorrecte grappen van juf Ank is precies wat we vandaag de dag nodig hebben:

‘Zo bevrijdend en tegelijk ongemakkelijk. Want je realiseert je als kijker tussen twee lachbuien door: hierom lachen, dat kan écht niet meer. En dat maakt De Luizenmoeder honderd keer interessanter en effectiever dan al het gedram van de Sylvana’s van deze wereld.’

Anderen – zoals mijn collega Sjoerd-Jeroen Moenandar in een vijftal twitter-berichten – plaatsen kanttekeningen bij dit standpunt. 

Juf Anke van de #luizenmoeder is niet echt een satire op provinciaalse bekrompenheid - het is bijna een soort zwelgen erin. Er zit iets in van: kunnen we niet terug naar een tijd waarin mensen niet moeilijk deden over grappen over 'flikkers', 'spleetogen' en 'negers'? [...] En daarmee somt de ontvangst van de #luizenmoeder Nederland anno 2018 wel zo'n beetje op: veel belangrijker dan racisme en homofobie te bestrijden, is het blijkbaar om degenen die dat racisme en die homofobie aankaarten 'rode vlekken' te bezorgen.

De humor in deze serie werkt vooral als een excuus om dingen te zeggen die velen – zeg maar: de mensen die serie herkenbaar vinden – stiekem eigenlijk gewoon denken. Dat maakt de serie niet effectief, maar juist ideologisch niet in de haak.

Herkenbaar?

Wat dat ideologische ongemak betreft, vind ik dat de criticasters dichter bij de waarheid staan dan de liefhebbers. Vermoedelijk is de serie zo populair omdat er allerlei politiek-incorrecte ideeën worden geventileerd die in de Nederlandse samenleving van vandaag op meer instemming kunnen rekenen dan we zouden moeten willen hopen. Dat is een van de redenen waarom het werken in het onderwijs de afgelopen jaren zo complex is geworden: het is aan de onderwijzer in de klas om elke dag weer een pragmatische en vreedzame oplossing te vinden voor de sociale spanningen die zich buiten de klas voordoen. Terwijl buiten een oververhit publiek debat plaatsvindt waar men onder het motto van ‘je moet alles kunnen zeggen’ elkaar dag in dag uit voor rotte vis uitmaakt, daar proberen leerkrachten binnen de school te zorgen voor een vreedzame omgeving waarin leerlingen leren om conflicten op te lossen en met verschillen om te gaan.  

Ik denk dat ik het daarom zo onrechtvaardig – en misschien zelfs wel onverteerbaar – vind dat in de beeldvorming van de serie De Luizenmoeder die conservatieve en racistische ideeën in de mond van de leerkracht gelegd worden. Dat je zo’n clichébeeld grappig vindt (omdat de serie misschien goed gemaakt is) kan natuurlijk, maar voor mij is het onbegrijpelijk dat ouders die op de maandagmorgen na al dat lachen hun kinderen bij die school komen brengen dit beeld ook herkenbaar vinden. Het beeld dat in deze serie geschetst wordt van de basisschoolleerkracht is ouderwets en achterhaald en doet volstrekt geen recht aan het belangrijke werk waar zo veel leerkrachten diezelfde maandagmorgen weer vol goede moed maar met een veel te volle agenda aan beginnen.