11 september, de globalisering van terreur en de democratische crisis

8 minutes to read
Article
Ico Maly
23/09/2016

 

Ico Maly (hoofdredacteur Diggit Magazine) blikt terug op de vernietigende impact van 9/11. De reactie van de Westerse politieke elite op deze aanslagen heeft volgens hem geleid tot een globalisering van terreur en een ondermijning van de democratie. 

 

Exact vijftien jaar geleden. De aanslagen op de WTC-torens waren perfect getimed. Pal tijdens de ochtendspits. Helikopters van de verschillende zenders hangen in de lucht, klaar om te berichten over de ochtendfiles. En dan gebeurt wat niemand zich ooit had kunnen indenken: een vliegtuig doorboort één van de iconische torens. De helikopters filmen in vogelperspectief. Vanop de grond maken mensen amateurbeelden van de ontstane chaos. Al die beelden worden samengebald in een collage die pijlsnel de wereld wordt rondgestuurd. Die sequens aan beelden is vandaag historisch. Terreur leeft bij gratie van media-aandacht (Laquer, 1978). En de media-coverage van 9/11 is nooit gezien. De beelden, en de begeleidende commentaren behoren tot het collectieve bewustzijn van de hele wereld. Wat volgde was een maandenlange mediastroom met als kernwoorden terrorisme, islam en het Westen (Maly, 2009).

 

Waar was je en wat dacht je op 11 september 2001?

Iedereen herinnert zich de plaats en de tijd waar hij of zij de spectaculaire beelden voor het eerst zag. Ik was net afgestudeerd en werkte met een uitzendcontract in een groothandel van surfkledij. Toen het nieuws ons bereikte, werd het werk neergelegd. We schaarden ons allen achter een piepklein TV'tje en keken naar de live-uitzending op de Vlaamse openbare omroep. Hoewel men eerst berichtte dat er een sportvliegtuigje tegen de toren was gevlogen, werd met de tweede inslag al snel duidelijk dat het om een aanslag ging. Een aanslag die mensen over heel de wereld samen live bekeken en beleefden. De kracht van globale televisie.

Ik zal nooit vergeten hoe mijn reactie op de aanslagen, en die van een collega met Libanese roots, heel anders was dan die van de andere collega’s. Zij zagen een unieke gebeurtenis in de geschiedenis. Een aanslag op een grootmacht. De daders waren nog onbekend. Emoties, en vooral  woede kleurden die reacties. Zoveel onnodig mensenleed. Uiteraard deelden wij die woede en de emoties. Maar we begrepen ook dat het doelwit van die aanslagen ze pas echt uniek maakte. Wij zagen net iets meer. Wij zagen een nieuwe wending, een escalatie die paste in een heel lange geschiedenis van geweld. 9/11 was daar 'slechts' een episode in. Voor iedereen die zijn geschiedenis kende, kwam de aanslag niet als een donderslag bij heldere hemel. Een aanval op Amerikaanse bodem, ja dat was ongezien. 

De vijand kreeg verbluffend snel een gezicht: Osama Bin Laden. Osama was, in navolging van Saddam Houssein in de jaren 90, onze nieuwe duivel.

Ik was net afgestudeerd met een scriptie over beeldvorming en het Israëlisch-Palestijnse conflict. Meer dan een jaar lang had ik gelezen, gedacht en geschreven over het Midden-Oosten. De aanslagen die ik toen live zag gebeuren waren in mijn perspectief niet alleen gruwelijk - ik had niet alleen een emotionele reactie - ik had ook een analytische reflex. Ik kon ze enkel maar begrijpen in relatie met het Amerikaanse beleid in die regio. De oorlogen in Afghanistan in de jaren 80, de steun aan Israël, de deals met Saoedi-Arabië en andere dictators, de Golfoorlog in Irak  en de decennialange inmenging van de VS werden op 9/11 beantwoord, niet met soldaten en oorlogsschepen, maar met terreur. 

Net afgestudeerd, had ik nog hoop op een betere wereld. We waren met zijn allen overtuigd dat een betere wereld mogelijk was. Velen zijn het vergeten, maar 2001 was het hoogtepunt van de anti-globaliseringsbeweging.  De VS was net gehekeld op de VN conferentie van Durban over racisme, waar de VS had geweigerd haar historische schuld toe te geven. De feiten zullen nu voor zich spreken, dacht ik. De kritiek, zowel intern als extern, op het buitenlands beleid van de VS zal aanzwellen. Ik herinner me nog, dat ik dacht deze aanslagen het Westerse beleid ten aanzien van het Midden-Oosten zouden hertekenen. Ik hoopte dat de VS en bij uitbreiding het Westen zouden inzien dat hun buitenlands beleid desastreus was, zowel voor de landen onder hun juk, als voor de VS zelf (Blum, 2003 geeft een 'mooi' startpunt om dit beleid te begrijpen). Die naïeve en hoopvolle gedachte werd dezelfde dag nog hardhandig de kop in gedrukt. 

 

Het 9/11-frame

De onduidelijkheid van de eerste uren werd al snel ingewisseld door een heel strikt interpretatieframe. “America under attack”, was de titel die CNN gaf aan haar “breaking news” -uitzendingen (Maly, 2009). De vijand kreeg verbluffend snel een gezicht: Osama Bin Laden. Osama was, in navolging van Saddam Houssein in de jaren 90, onze nieuwe duivel. De belichaming van het absolute irrationele kwaad. En dat kwaad moest worden uitgeroeid. Terwijl President Bush zijn statements ontleende aan Cowboy-films - herinner zijn uitspraak  "And there's an old poster out West that says, Wanted: Dead or Alive' - sprak Cheney in bijbelse taal. Hij wou Bin Laden’s ‘head on a platter’  (Maly ed., 2007). 

De jacht op de duivel

De aanslagen werden begrepen in een zeer specifiek, cultureel en moreel conceptueel frame. ‘Wij’, de mensen van de vrije wereld, deel uitmakend van de Joods-Christelijke beschaving, staan lijnrecht tegenover ‘zij’, de irrationele, duivelse moslims. In die historisch-geworden collage aan beelden zat ook een shot waarin we Palestijnen uitzinnig zagen zijn. De betekenis van dit shot, uitgezonden in een split-screen met beelden van de brandende torens, was destructief: 'zij' vieren de aanslagen die wij zo verschrikkelijk vinden (uiteindelijk bleek het om een archiefbeeld te gaan). Het wij-zij-frame werd op een ongeziene schaal gereproduceerd, en dit zonder veel kritische kanttekeningen (Blommaert, 2007: 129-143 ). 

In dit frame worden niet enkel de VS aangevallen maar ‘wij’ allemaal. En ‘wij’ worden aangevallen omdat ‘zij’ jaloers zijn op onze waarden, op onze verwezenlijkingen. ‘America was targeted for attack because we're the brightest beacon for freedom and opportunity in the world. And no one will keep that light from shining', zei Bush. Dit discours wist de historische blik. Het wist de politieke realiteit en construeert een uniek en ahistorisch fenomeen. Het lijkt alsof die aanslagen geen voorgaande hebben. Ze passen niet in een heel lange en complexe geopolitieke geschiedenis. De aanslagen kunnen in dat frame enkel begrepen worden als een uiting van wie ‘zij’ zijn. 'De islam' wordt aangeduid als hét probleem. Dit frame kunnen we  bestempelen als het 9/11-frame, en het duikt telkens weer op als er ergens in het Westen aanslagen worden gepleegd in naam van de islam. 

Collectie covers

Wat te doen bij terrorisme? De enige mogelijke denkpiste binnen dit frame is hard terug slaan: het opstarten van een ‘crusade, a war against terrorism', zoals Bush het benoemde in 2001.  ‘Wij de democraten van deze wereld, moeten elkaar vinden en het kwaad bestrijden”, zei Tony Blair. ‘Zij’ moeten bestreden worden. ‘Wij’ moeten ‘Ten oorlog’ trekken zoals De Morgen het in 2001 op haar voorpagina drukte. Net doordat we ons historisch perspectief verliezen, onze rationele blik achterwege laten, wordt oorlog en meer geweld de enige uitweg. We kijken niet naar de oorzaken van terreur. We doen zeker niet aan zelfkritiek - dat heet dan aanslagen goedkeuren - je bent voor ons, of je bent tegen ons, niet waar? Geen politionele vervolging van de terreurverdachten, niet het in kaart brengen van hun netwerken en het oprollen van de organisaties: maar een oorlog, dat was het antwoord op 9/11. Eerst in Afghanistan, later in Irak. 

Die oorlogen, zo moesten we geloven, waren niet alleen de enige optie, ze zouden ook de democratie dichterbij brengen. Ze zouden de mensenrechten versterken. Het discours waarmee 9/11 wordt geframed in de eerste dagen, weken en maanden, is uitermate effectief gebleken. Minder dan een maand na de aanslagen, op 7 oktober 2001 vielen de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en Australië met hun legers Afghanistan binnen. 'Enduring Freedom' was de banier waaronder deze coalitie massale bombardementen uitvoerde. In 2003, was Irak aan de beurt. Vrijheid en democratie stonden terug centraal in het discours dat deze illegale aanvalsoorlog moest verkopen aan het publiek. 

Knack - Maart 2003

De invasie én de bezettingspolitiek hebben van Irak een hel op aarde gemaakt. Adriaensens' schets (2013: 244-245)  van de impact van deze illegale oorlog bezorgt ieder weldenkend mens koude rillingen. Het aantal slachtoffers van die oorlog in Irak wordt op 1,45 miljoen geraamd (Adriaensens, 2013: 244). Drie miljoen Iraakse vrouwen zijn weduwe geworden en vijf miljoen kinderen leven vandaag als wezen. De kindersterfte is er toegenomen met 150%. Miljoenen Irakezen hebben geen toegang to drinkwater of elektriciteit. 

Irak, ooit één van de meest ontwikkelde en welvarende landen in de regio, is vandaag een failed state met een jaarlijkse ratio aan aanslagen die we niet voor mogelijk achtten. Het is in die puinhoop dat IS door middel van terrorisme tracht een fundamentalistische natie op te bouwen (Napoleoni, 2014). Het is die puinhoop die de voedingsbodem is voor een wereldwijde terreur. 

 

De globalisering van terreur en democratische crisis

Vijftien jaar later, is de balans opmaken uiterst pijnlijk. Het hele Midden-Oosten staat in brand. Aanslagen zijn vandaag een globaal gegeven. En het antwoord op die aanslagen? Dat zijn telkens meer bombardementen. Meer haat. De War on Terror heeft terreur geschapen. En ze heeft die terreur geglobaliseerd. En de democratie? Wel die is wereldwijd in een ongeziene crisis. 

Niet alleen is er van democratie in Irak of Afghanistan in de verste verte geen sprake. Meer dan ooit staat democratie in het Midden-Oosten gelijk aan imperiale oorlogen, aan de belangen van een Westerse elite. Democratie heeft er een slechte naam en daar zijn mensen als Blair en Bush verantwoordelijk voor. Desondanks zagen we in het begin van het tweede decennium een democratische golf van protesten gedragen door jongeren in Tunesië en  Egypte. Een golf die  het democratisch verzet wereldwijd de wind in de zeilen gaf. In Marokko, Jordanië, maar ook Spanje, Griekenland en in Wallstreet zagen we nieuwe bewegingen opstaan. Van de Arabische lente, over Occupy en de protesten in Gezi-park tot en met de Indignados. Even zagen we de democratische idealen terug opleven. 

Al even snel zagen we hoe die democratische golf hardhandig de kop werden ingedrukt: Occupy Wallstreet werd met een overdonderende politionele macht uiteengedreven. De betogers in het Gezi-park hebben de repressie van Erdogan aan de lijve ondervonden. De strijd in Syrië en Libië werd gemilitariseerd. Het Westen heeft er zijn wars-by-proxy gevoerd en verschillende paramilitaire groepen gesponserd. Eén van die groep, onder leiding van Al-Baghdadi heeft net dit bewapening-stromen gebruikt om IS uit te bouwen (Napoleoni, 2014). 

Vandaag slaat die laffe politiek 'ons' in het gezicht. Europa, net zoals Turkije, werd meermaals getroffen door aanslagen. En de antwoorden op die aanslagen worden telkens gedacht in hetzelfde 9/11-frame: de tegenaanval en het opzij schuiven en ondermijnen van onze democratische vrijheden. 

De fundamenten van de democratie staan wereldwijd onder vuur. Van de Patriot-act, over de noodtoestand in Frankrijk tot en met de nieuwe plannen van de N-VA in België om de rechtstaat te ondermijnen: de democratie wordt in naam van de democratie en 'onze waarden', steeds meer uitgehold. Na 25 jaar 'democratie promotie' - het eufemisme waarmee de VS haar buitenlands beleid verpakt - verkeert de democratie in crisis. Het totalitarisme staat terug opzichtig en zonder veel verhulling te bonken aan de poorten. 

 

Bronnen

Adriaensens, D. (2013). Na de doelbewuste vernietiging van Irak, een lente? in Zemni, S. Het Midden-Oosten. The times they are a-changin. Berchem: Epo. 

Blommaert, J. (2007). De panoptische media en 11 september. In Maly, I. (ed.) Cultu(u)rENpolitiek. Over media, globalisering en culturele identiteiten. Antwerpen: Garant.

Blum, W. (2003). Schurkenstaat. De buitenlandse politiek van de enige supermacht van de wereld. Rotterdam: Lemniscaat.

Laqueur (W.), (1978) . Terrorisme. Schoten: Anthos.

Maly, I. (ed.), (2007). Cultu(u)rENpoltiek. Over media, globalisering en culturele identiteiten. Antwerpen: Garant.

Napoleoni, L. (2014). The islamist phoenix. The Islamic state and the redrawing of the Middle-East. New York - Oakland: Seven Stories Press.