'De Luizenmoeder' houdt de samenleving soepel: Over het maatschappelijk nut van ‘politiek incorrecte’ grappen

5 minutes to read
Article
Inge van de Ven
19/02/2018

In drie columns nemen Tom van Nuenen en Inge van de Ven het op voor homograppen in De Luizenmoeder, naakt in een museum, en geweld tegen vrouwen in Twin Peaks. Ze stellen dat er vrijplaatsen in de cultuur moeten blijven bestaan om ongemakkelijke en pijnlijke onderwerpen zoals discriminatie en geweld te 'durcharbeiten'. In deze eerste column zoomen ze in op de maatschappelijke functie van politiek incorrecte humor.

Racisme en homofobie

In zijn reactie op de populariteit van het kijkcijferkanon De Luizenmoeder hield collega Sander Bax onlangs op Diggit Magazine een vurig pleidooi voor een herwaardering van het beroep van basisschoolleraar. Een boodschap waar wij ons helemaal achter scharen. Wel willen we ingaan op de kritiek op het racisme en de homofobie in deze serie. De personages maken namelijk nogal eens een uitglijder op dat gebied. Waar zij zelf denken heel verlicht en bij de tijd te zijn, reageren ze bijvoorbeeld wat al te krampachtig op een geadopteerd Aziatisch kindje met twee vaders waarvan er ook nog eens één zwart is. En wat serveer je de Turkse ouders tijdens de ‘participizza’- avond? Juist, Turkse pizza.

In plaats van ons wijselijk aan Bax' waarschuwing te houden, werden we nieuwsgierig naar de serie waar half Nederland het blijkbaar over heeft, en binge-watchten we de eerste vijf afleveringen. Het programma is duidelijk geijkt op hitserie The Office, waarin boss from hell David Brent ongepaste moppen vertelt en mensen tegen zich in het harnas jaagt. Humor die eerder pijnlijk dan ‘haha-grappig’ is, en een ongemakkelijke sfeer creëert doordat personages zelf niet doorhebben dat ze de sociale plank misslaan. Een beproefde formule, die de ene keer beter uitpakt dan de andere en waarvan het slagen afhangt van goede scriptschrijvers en talentvolle acteurs. Wat dit laatste betreft doet De Luizenmoeder het helemaal niet slecht.

Bax citeert Sjoerd-Jeroen Moenandar die het heeft over “grappen over ‘flikkers’, ‘spleetogen’ en ‘negers’, en de serie ervan beticht te “zwelgen” in “provinciaalse bekrompenheid.” Volgens Bax zelf fungeert de humor in de serie “als een excuus om dingen te zeggen die velen – zeg maar: de mensen die de serie herkenbaar vinden – stiekem eigenlijk gewoon denken.” En dat maakt het programma “ideologisch niet in de haak”. Volgens ons is er hier toch iets interessanters aan de hand. 

Ventielfunctie

Zoals wel vaker de laatste tijd, zien we in deze kritiek een verwarring tussen de representatie en het gerepresenteerde: we lachen hier namelijk niet om ‘flikkers’, ‘negers’ of Chinezen, we lachen om mensen die een sociale faux pas maken op het gebied van multiculturaliteit en homoseksualiteit. En die lach ontstaat niet omdat we eigenlijk stiekem zouden willen dat we nog steeds 'zomaar alles konden zeggen', uit een nostalgie naar prettig naïeve tijden. Die komt voort uit behoedzaamheid om zelf geen misser te maken. Humor over dit soort beladen onderwerpen heeft een ventielfunctie: het helpt om gespannen sferen en verhoudingen ‘door te werken’—Durcharbeitung, zoals Freud dat zo mooi noemde.

Volgens die laatste ging humor gepaard met in- en uitsluitingsmechanismen – zie De Grap en haar Relatie met het Onbewuste (1905). Humor is bijna altijd tendentieus, stelde Freud, zelden onschuldig: ze zoekt de grenzen op van culturele conventies en normen. Een grap impliceert een verteller, een publiek en een doelwit. Meestal zijn die eerste twee partijen tegen die derde gekant, die fungeert als zondebok. 

Het plezier dat we hieraan beleven komt voort uit het ventileren van opgespaarde psychische energie: ‘gevaarlijke’ gevoelens van vijandigheid, agressie of cynisme die we normaal gesproken censureren en onderdrukken kunnen tijdelijk worden losgelaten – en dat lucht op. “[Grappen] faciliteren de bevrediging van een (begerig of vijandig) instinct in geval het in de weg wordt gestaan door een obstakel” (1988, p.119). Een succesvolle grap kan ons dus veel vertellen over de regels van de sociale groep waarin die is ontstaan, omdat die onthult wat normaliter onuitgesproken moet blijven.

Grappige starheid

Zo bekeken bestaat er dus niet zoiets als een onschuldige grap, en is alle humor potentieel ‘ideologisch niet in de haak.’ Maar anders dan bij bijvoorbeeld Ushi & Van Dijk is het mikpunt van spot, en dus degene die buitengesloten wordt, in het geval van De Luizenmoeder niet de homo of de Chinees. Het is degene die ‘het’ niet begrepen heeft, die de plank misslaat. Dat neemt niet weg dat het de kijker vrij staat om de serie alsnog racistisch te 'lezen' en te lachen om minderheden, maar volgens ons is dat niet waar het programma om draait.

Thematische materie als homofobie en multiculturaliteit is hierbij niet random gekozen. Er is op het gebied van representatie de afgelopen jaren een enorme inhaalslag gemaakt: van regenboogpieten tot genderneutrale toiletten en zelfgekozen persoonlijke voornaamwoorden. Deze vooruitgang heeft lang op zich laten wachten, maar schiet nu ineens in een versnelling die een voelbare spanning veroorzaakt. We raken verkrampt, juist omdat we bang zijn om het fout te doen. 

Nou is het volgens filosoof Henri Bergson juist onbuigzaamheid in de medemens die lachwekkend is, omdat die de mens doet lijken op een ding of een machine. “Het is de starheid van de machine, daar waar men de opmerkzame soepelheid en lenigheid van een mens verlangt” (1920, p.19). Bergson vergelijkt de lachwekkende mens met een duveltje in een doosje. Er zijn twee tegengestelde krachten aan het werk: een onderdrukt gevoel dat zich ontspant als een veer, en een gedachte die dat gevoel vervolgens weer wil onderdrukken. 

In The Office zien we dat laatste terug als Brent een racistische mop weer probeert in te slikken wanneer een zwarte medewerker zich bij zijn groepje voegt. En De Luizenmoeder creëert herhaaldelijk een vergelijkbaar effect. Bijvoorbeeld wanneer de directeur eerst heel zelfingenomen aan een Turkse moeder meldt dat er halalvlees en alcoholvrije biertjes worden geserveerd tijdens een ouderavond. Als zij hem vervolgens met een Amsterdams accent meedeelt dat ze “gewoon een wijntje drinkt,” lacht hij ongelovig, slikt hij die lach weer in, en maakt het nog erger door te overcompenseren: “Je ziet er ook helemaal niet uit als een eh.. Islamiet, of een eh… Mohammedaan.” Een index van zijn onwetendheid. 

De lach die op zo’n scène volgt straft die machinale reactie af, en “houdt alles wat aan de oppervlakte van het sociale lichaam tot automatisme zou kunnen verstijven, lenig en buigzaam” (Bergson 1920, p.20). Door te lachen om representaties van mensen die precies zulke fouten maken die men zelf vermijdt (en dan nog een paar graadjes erger) verwerpt het publiek dat gedrag, en raakt het daarmee iets van die spanning kwijt, met opluchting tot gevolg. De lach is een smeermiddel, geen teken van verkapt racisme.

"Grappen over een appel of een regenboog zijn zelden leuk"

Je zou het effect van zulke representaties een vorm van katharsis kunnen noemen: het opwekken van krachtige gevoelens zoals medelijden of angst, zodat het publiek vervolgens van diezelfde gevoelens gezuiverd kan worden. Daar waar spanningen bestaan in de maatschappij is humor niet alleen doeltreffend, maar ook nodig. Juist over deze sociale verhoudingen moeten grappen gemaakt worden. Grappen over een appel of een regenboog zijn zelden leuk. 

Het is daarom belangrijk om onderscheid te blijven maken tussen representaties en dat wat gerepresenteerd wordt. En nog belangrijker is het dat er vrijplaatsen in de cultuur blijven bestaan om ongemakkelijke en pijnlijke onderwerpen te durcharbeiten. In onze volgende column gaan we het daarom hebben over de functie van geweld tegen vrouwen in het laatste seizoen van Twin Peaks, gewapend met Freud en Bataille.

 

Referenties

Bergson, Henri. Het Lachen. Studie over de beteekenis van het komische. Vertaling A. Moresco. Amsterdam, 1920.

Freud, Sigmund. De grap en haar relatie met het onbewuste. Vertaling Thomas Graftdijk. Meppel: Boom, 1988.