Ramptoeristen! Waarom schrijvers ons over hun scheiding vertellen

11 minutes to read
Article
Sander Bax
15/03/2018

De lezers van dagblad Trouw konden in 2017 getuige zijn van de huwelijkscrisis die schrijver en columnist Elke Geurts overviel. Elke zaterdag voegde zij in bijlage De Verdieping een nieuw hoofdstuk toe aan het zich ontvouwende verhaal dat uitmondde in een scheiding en een steeds grotere verwijdering van haar ex-man. Van de verbijstering en de verslagenheid wanneer je echtgenoot ineens geen liefde meer voor je zegt te voelen tot de totale verontwaardiging als blijkt dat hij al jarenlang een ander heeft. De reeks columns mondde uiteindelijk uit in de roman Ik nog wel van jou die in 2018 verscheen.

Komende zaterdag ga ik in de Tilt Talkshow op het jaarlijkse Tilt-festival in theater De Nieuwe Vorst in gesprek met twee auteurs die een vergelijkbaar verhaal te vertellen hebben. Suzanne Rethans schrijft in haar columns in het glossy maandblad Jan Magazine over haar stukgelopen relatie met schrijver Peter Buwalda en Henk van Straten publiceert over een week of twee een nieuw boek dat Berichten uit het tussenhuisje heet en dat gaat over zijn scheiding.

Op het eerste oog is er misschien sprake van een trend van een paar schrijvers die ons willen delen in hun huwelijksperikelen, maar bij nader inzien laat deze ontwikkeling iets zien over de relatie tussen literatuur en media aan het begin van de 21e eeuw.

Schrijvers in scheiding

In januari 2016 maakte Suzanne Rethans het einde van haar relatie met Peter Buwalda wereldkundig in haar column in Jan Magazine.

‘Nou mensen, we hebben het niet gered. Peter en ik hebben vier jaar geleden letterlijk werelden verschoven om samen te kunnen zijn, anderen daarmee verdriet gedaan, wat iets verschrikkelijks was. Maar er was voor ons geen ontkomen aan. Niet samen zijn was geen optie. Inmiddels moeten we concluderen dat het niet is gelukt. We houden nog steeds zielsveel van elkaar en zijn elkaars grootste liefde, maar de nasleep van de scheiding, die maar voortduurt, heeft onze relatie toch beïnvloed.’ [1] 

In de column waarin het einde van de relatie wordt aangekondigd, doet ze uit de doeken welke problemen er tussen hen speelden: vooral onenigheid over hoe vaak haar kinderen bij hen thuis over de vloer mogen komen, maar ook de afwezigheid van een ‘warm, open onderling contact’. Na de analyse volgt een intieme confessie:

‘Ik zit op de bank en kijk naar de boeken en cd’s om me heen en denk aan alle avonden dat we ineengestrengeld op de bank zaten, te kletsen, te lachen, te lezen, "Nu echt even je lekkere murfje houden!" Ik kan me bijna niet voorstellen dat het voorbij is.’ [2]

Na de scheiding volgen natuurlijk vele pijnlijke momenten. Na een gesprek met een coach die haar adviseert om Buwalda los te laten, belt ze hem onmiddellijk op om over dat fijne gesprek te vertellen. Niet lang daarna wordt ze ruw geconfronteerd met het feit dat hij al heel wat verder is in het verwerkingsproces.

‘Ik reed naar hem toe, we omhelsden elkaar, begonnen meteen te huilen, zoals we altijd doen als we elkaar zien en we gingen zitten op ons kleine rode bankje. Net zo ineengestrengeld en liefdevol als altijd. En terwijl ik vertelde over de noodzaak van elkaar ontzien en dat het daarna misschien mogelijk is om een warme vriendschap op te bouwen, zoals Sylvia Kristel en Hugo Claus, die ook altijd met elkaar verbonden bleven, gleed mijn blik over ons zitje met het ronde kleed en ik zag een zwart elastiekje liggen. Verpletterend. Op hetzelfde moment zag hij het ook en hij werd meteen boos. Riep: "Kijk, hier heb ik dus geen zin in, dat jij hier een beetje loopt rond te loeren!" ’ [3]

De trouwe volgers van deze column zijn weken aaneen getuige van de ongemakken waarmee de verwijdering tussen deze twee mensen gepaard gaat. In februari 2018 wordt daar nog een extra dimensie aan toegevoegd. Het televisieprogramma 2Doc zendt de documentaire ‘Verlaten’ uit, waarin Rethans (naast vier andere hoofdpersonen) aan het woord komt over de breuk met Buwalda. In de documentaire maakt ze opnieuw duidelijk dat de kinderen het grote twistpunt vormden. Buwalda komt hier nu veel meer naar voren als een wat egocentrische man die maar heel moeilijk met haar kinderen uit de voeten kan. 

‘We zouden ons minder moeten beschermen tegen onszelf en tegen de buitenwereld. We kunnen pas echt iets delen als we de schermen laten zakken.’

Openhartigheid

In de colums van Rethans en in de boeken van Geurts en Van Straten worden intieme gegevens over verschillende mensen wereldkundig gemaakt: de schrijver zelf geeft zich bloot, maar al doende worden er ook over gevoelens en gedragingen van anderen intieme uitspraken gedaan. Rethans is buitengewoon openhartig over wat zij zelf heeft meegemaakt en schrijft vrij direct over wat er zich in haar leven afspeelt. Maar is het wel goed voor iemand om zo openhartig te zijn tegenover een groot publiek? We herinneren ons nog de mediastorm die ontketend werd toen Griet op de Beeck bij De Wereld Draait Door bekend maakte misbruikt te zijn door haar vader. Als je eigen persoonlijke verhaal het onderwerp wordt van een nationaal debat, dan maakt dat je als schrijver ongetwijfeld kwetsbaar.

Elke Geurts heeft deze kwestie in een van haar columns aan de orde gesteld. Iemand had haar gevraagd of ze niet wat minder openhartig zou moeten zijn. Moet de schrijver zichzelf niet wat meer in bescherming nemen? Geurts vindt van niet. ‘We zouden ons minder moeten beschermen tegen onszelf en tegen de buitenwereld. We kunnen pas echt iets delen als we de schermen laten zakken.’ Je gaat niet dood aan openhartigheid, stelt ze.

‘De afgelopen dagen heb ik met veel verschillende mensen die ik helemaal niet kende gesprekken gevoerd over mijn roman en mijn voorbije huwelijk. Iedereen had zelf ook een ervaring met verlies. Hoe openhartiger het gesprek daarover, hoe interessanter het werd. Eén journalist vertelde me dat hij degene was die bij zijn vrouw was weggegaan. Hij sprak over de onoverkomelijkheid van zijn besluit en over het schuldgevoel dat nog altijd knaagde. Dit gesprek maakte dat ik weer even anders naar mijn eigen leven keek. We stelden ons allebei kwetsbaar op. Twee onbekenden ontmoetten elkaar. Wat is er mooier?’ [4]

Geurts brengt hier de begrippen ‘openhartigheid’ en ‘echtheid’ naar voren. Juist door ‘het scherm te laten zakken’ en jezelf ‘echt’ te laten zien, kom je in contact met je publiek. Tegelijk merkt Geurts op dat ze natuurlijk niet zomaar ‘lukraak’ wat opschrijft: ze denkt goed na over wat ze wel en wat ze niet in de openbaarheid brengt. Begrippen als 'openheid', 'echtheid' en 'authenticiteit' duiken altijd op in gesprekken die in de media worden gevoerd over persoonlijke onderwerpen. Ook aan de talkshowtafel van Jinek viel in het gesprek over de documentaire ‘Verlaten’ de opmerking dat het toch zo wonderbaarlijk was hoe open en eerlijk de geïnterviewden in de documentaire waren. 

Met begrippen als ‘openhartigheid’ en ‘echtheid’ spelen Rethans en Geurts in op een van de belangrijkste mechanismen die optreden wanneer er in de media over literatuur gesproken wordt: het verlangen naar authenticiteit. Het publiek wil mediapersoonlijkheden leren kennen als ‘echte mensen’ met een ‘echt leven’ van wie men vooral wil weten hoe ze nu eigenlijk 'echt' zijn. [5] Dit verlangen naar authenticiteit heeft te maken met wat mediawetenschapper John Langer ooit het ‘personality system’ heeft genoemd. Dit ‘personality system’ is niet alleen representatief voor televisiecultuur, zoals Langer stelde, maar het lijkt me een structurerend principe te zijn geworden in de hedendaagse mediacultuur. Craig Batty merkt in het boek Real lives, celebrity stories op dat een persoonlijk verhaal een fundamentele component is van de manier waarop media werken: ‘whatever type of media text we are engaging with, we are experiencing someone’s story: ours (personal essay or video diary), theirs (Facebook page or newspaper article), even something’s (a car or a washing machine advertisement).’ [6]  

De columnreeksen van Rethans, Geurts en Van Straten laten zien hoe het mechanisme van het persoonlijke verhaal werkt als schrijvers in de media optreden. Lezers willen elke week een stukje lezen waarin ze een mens herkennen, iemand met wie ze kunnen meeleven, met wie ze zich kunnen identificeren en waarvan ze het gevoel hebben dat ze die echt leren kennen. Het is daarvoor van het allergrootste belang dat lezers geloven wat die persoon ons vertelt. De teksten moeten daarom de indruk wekken direct uit het leven gegrepen te zijn en (vooral!) zo min mogelijk verzonnen. Dat werkt natuurlijk het allerbeste wanneer iemand schrijft over de grote problemen die we tegenkomen in het dagelijks leven.

Maar door zo openhartig over het eigen leven te schrijven, duiken er ook andere problemen op. Als Eva Jinek aan Suzanne Rethans vraagt waarom ze dit met alles met publiek wilde delen, merkt ze op dat het misschien inderdaad beter was geweest als ze de column een half jaartje had laten liggen. Door zo openhartig te zijn, heeft ze haar ex-man en de kinderen met deze columns extra veel pijn gedaan. Ook veel lezers vroegen zich af of dit eigenlijk wel kon. Ze schreef ook dingen over haar kinderen en hoe die met de situatie omgingen. Mocht ze de privacy van haar kinderen wel op die manier schenden? 

 

Net als Rethans en Geurts schreef Henk van Stratens een boek over het op de klippen lopen van een lange relatie. In zijn boek kijkt Van Straten terug op de tijd dat hij een column in het maandblad Linda had waarin hij heel openhartig over de breuk met zijn ex-vrouw schreef. Hij vraagt zich aan het begin van het boek af waar hij 'het lef' vandaan haalde om over haar te schrijven en of hij wel het recht had om 'namens' of 'over' haar te schrijven. Mocht hij hun leven eigenlijk wel delen met al die lezers die hij aanspreekt als 'ramptoerist'. [7] Later vindt hij toch een rechtvaardiging voor zijn openhartigheid: schrijven over een situatie biedt structuur aan de werkelijkheid die je omringt. 

Toch blijft hij het zien als 'dubbel verraad'. Eerst verliet hij de moeder van zijn kinderen en daarna hing hij ook nog eens de vuile was buiten. Van Straten citeert in zijn boek niet alleen een aantal columns, maar hij reflecteert ook op de overwegingen die hij had bij het schrijven ervan. Ook neemt hij in zijn boek de reacties op die hij soms van de 'ramptoeristen' kreeg: vaak sterk morele reacties waarin hij ofwel hartstochtelijk gesteund werd of waarin hij juist keihard aangevallen werd. Uiteindelijk noemt hij het schrijven van de columns een ‘reflex’; hij kan niet anders omdat hij door te schrijven de wereld en zichzelf probeert te begrijpen.

Als we niet uitkijken blijven we uiteindelijk achter met de vraag in hoeverre literaire schrijvers zich nog onderscheiden van andere roddelaars die we in mediacultuur tegenkomen.   

Literatuur en het roddelmechanisme

De uitwisseling van ‘intieme details’ over iemand waarover lezers en kijkers graag wat meer willen weten, is een van de belangrijkste bezigheden van de hedendaagse massamedia. [8] Als schrijvers beroemdheden worden, dan krijgen ze daarom te maken met een activiteit die vrij cruciaal is voor celebrity culture, het roddelen. [9] Veel beroemdheden ontlenen hun reputatie – in positieve of negatieve zin – aan het feit een dankbaar onderwerp te zijn voor behandeling in Story of Privé. Het gaat bij roddelen om ‘opzettelijk intieme (niet per se slechte) dingen over iemand te vertellen'. [10] Cruciale voorwaarde is dat de besproken persoon mag niet in de communicatiesituatie betrokken is: de beroddelde moet afwezig zijn. 

Het is vanzelfsprekend niet altijd plezierig om de persoon te zijn over wie geroddeld wordt. Er worden immers vaak negatieve dingen over je gezegd. Meestal gaat het daarbij om dingen uit de privé-sfeer, die de beroddelde liever niet publiek gemaakt zou willen hebben, maar die door de roddelaars juist publiekelijk besproken worden (om het maar niet over hun eigen geheimen te hoeven hebben!). Tegelijkertijd heeft het in een mediacultuur ook positieve kanten om een beroddelde te zijn: het zorgt namelijk voor media-aandacht. Er zijn genoeg beroemdheden die de pers voeden met privé-schandaaltjes om ervoor te zorgen dat er juist wel over hen gesproken wordt: voor een beroemdheid is doodgezwegen worden immers dodelijker dan belasterd te worden.

Maar waar de meeste ‘gewone’ beroemdheden vooral fungeren als objecten van de roddelpers, dan heeft de schrijver altijd nog een ander wapen in handen: zelf de roddelaar te worden. [11] Er is een intrigerend verband tussen literatuur en roddel: de twee vormen van spreken gebruiken een vergelijkbaar mechanisme. Het mechanisme van de roman is immers:  een verteller vertelt een lezer (een 'aangesprokene') over een afwezige derde (het personage). Zodra de roman zich in de buurt van de werkelijkheid begeeft, en de afwezige derde meer gaat lijken op iemand die in werkelijkheid bestaat, dan komt de roman in het vaarwater van de roddel terecht. Vooral literatuur uit het domein van wat we tegenwoordig ‘life writing’ noemen, schuurt vaak aan tegen de roddel. En misschien zijn autobiografische verhalen daarom vandaag wel zo populair: ze spelen in op het verlangen van het publiek naar authenticiteit, intimiteit en echtheid. Bovendien geven deze boeken interviewers de gelegenheid om met auteurs te spreken alsof het authentieke, echte mensen zijn, persoonlijkheden, personages. 

Op die manier gebruiken hedendaagse successchrijvers - of ze nu daadwerkelijk roddelen of niet - het roddelmechanisme van de media om aandacht te genereren voor hun werk. Die aandacht heeft ook een schaduwkant: schrijvers lopen hierdoor tegelijk ook het risico om object te worden van het roddelmechanisme van de publieke media. [12] De schrijver die openhartig is en veel van zijn wereld laat zien, maakt zich in het hedendaagsge opgefokte publieke debat enorm kwetsbaar. Ook Rethans en Van Straten kregen te maken met felle kritiek op hun levenswandel. 

Het schrijven over het eigen leven brengt daarnaast nog een andere gevaar met zich mee: het publieke gesprek over literair werk wordt steeds meer gericht op de eventuele verwijzingen naar de werkelijkheid in het boek. Aandacht voor het literaire, verzonnen, geconstrueerde karakter van romans wordt steeds schaarser. En als we niet uitkijken blijven we uiteindelijk achter met de vraag in hoeverre literaire schrijvers zich nog onderscheiden van andere roddelaars die we in mediacultuur tegenkomen.   

Referenties

 

[1] Rethans, S., ‘Einde relatie’. In: Jan Magazine, 8-1-2016.

[2] Rethans, S., ‘Einde relatie’. In: Jan Magazine, 8-1-2016.

[3] Rethans, S., ‘ “Hij is geen oplossing voor de pijn, hij is de oorzaak van de pijn.’ In: Jan Magazine, 10-2-2017

[4] Geurts, E., ‘Wat is er precies zo gevaarlijk aan openhartigheid? (Je gaat er in elk geval niet dood aan)’. In; Trouw, 19-11-2017

[5] Langer, J., ‘Television’s “personality system”.’ In: P. David Marshall (red.),The Celebrity Culture Reader. New York/London 2006, pp. 181-195.

[6] Batty, C., ‘Me and You and Everyone we know. The centrality of character in understanding media texts’. In: Thomas, B., en Round, J. (red), Real lives, celebrity stories. Narratives of ordinary and extraordinary people across media. New York / London 2014, pp. 35-56, p. 36

[7] Van Straten, H., Berichten uit het tussenhuisje. Amsterdam 2018, p. 11.

[8] Sennett, R., The fall of public man. New York 1977; Linke, G., ‘The public, the private, and the intimate. Richard Sennett’s and Lauren Berlant’s cultural criticism in dialogue.’  In: Biography 34 (2011), 1, pp. 11-24.

[9] Bax, S., ‘ “The writer is essentially indiscrete.” On the literary gossip of a Dutch literary celebrity’. In: Werkwinkel 12 (2017), 2, pp. 75-94.

[10] Foster, E., ‘Research on gossip. Taxonomy, methods and future directions.’ Review of General Psychology 8 (2004), 2, pp. 78–99.

[11] Zie hierover: Smulders, W., ‘Een stal vol zondebokken. Geweld en begeerte in De tandeloze tijd’. In: Vooys 16 (1997), 1, pp. 55-76

[12] Bax, S., ‘De publieke intellectueel als literair populist. Het publieke schrijverschap van Leon de Winter’. In: Nederlandse letterkunde 21 (2016), 2, pp. 97-129, Bax, S., ‘Over de mediastorm rondom Griet Op de Beecks publieke bekentenis. Leven in de openbaarheid’. In: Diggit Magazine, 2-10-2017 / Neerlandistiek.nl, 5-10-2017 en Bax, S., ‘Ik was de schuldige. Het publieke gesprek over A.F.Th. van der Heijdens reguiemroman Tonio.’ In: Honings, R., en Van Marion, O. (red), Van Constantijntje tot Tonio. Hilversum 2018, Uitgeverij Verloren, pp. 229-242 en.