Winner Teaching innovation Award 2017

Het nut van de zachte methode

2 minutes to read
Article
Tom van Nuenen
27/01/2017

 

Eens in de zoveel tijd laait er een discussie op over de 'zachte wetenschap'. Deze studies, en hun gemankeerde methoden, vernielen op termijn het publieke besef van échte wetenschappelijke expertise – met complotdenkers en vaccinatiehaters tot gevolg. Casus du jour: een onderzoek aan de UvA, waarin verhalen van vrouwelijke Syriëgangers zijn verzameld. Niet te controleren, want verkregen via WhatsApp. Eén van de junior-onderzoekers werd er vervolgens van beticht zich zijlings als ISIS-sympatisant te hebben geprofileerd. En dus kwam er, uit bekende hoeken, kritiek. 

De ethische kwestie over de junior-onderzoekster even daargelaten, verdient de fundamentele kritiek op de werkwijze een antwoord. Die kritiek is vaak gebaseerd op klassiek Popperiaanse kwalificaties als objectiviteit, reproduceerdbaarheid en controleerbaarheid, en produceert een vraag die haar honderste verjaardag al heeft gevierd: waarom is de sociale en literaire wetenschap een wetenschap? Of, om er nog maar wat te noemen: wat is er academisch aan ongestructureerde interviews, of nauwelijks te traceren Facebook-gesprekken, of de close reading van een roman? Hoe kan een uiting racistisch zijn als ze niet zo bedoeld is? En waarom is alles en iedereen toch sociaal geconstrueerd

Als de sociale wetenschap zo nietszeggend is, waarom haalt ze het nieuws dan toch zo vaak?

Deze discussie is de hedendaagse variant op de Methodenstreit van de late 19e eeuw, het Two Cultures-debat in de jaren '50, en de Science Wars in de jaren '90. Het waren discussies die meer hitte dan licht produceerden, en dat is nog steeds het geval. Het blijft voor veel mensen onduidelijk wat sociaal of hermeneutisch onderzoek nou eigenlijk inhoudt. Ondertussen blijft diezelfde sociale wetenschap spraakmakend onderzoek genereren ('cyberjihadisme' zou een SEO-award moeten winnen) – onderzoek dat hartelijk overgenomen, en vaak nog lichtjes aangezet, wordt door journalisten.

Je zou je dan kunnen afvragen: als de sociale wetenschap zo nietszeggend is, waarom haalt ze het nieuws dan toch zo vaak? Misschien is dat niet omdat ze meelift op de betrouwbaarheid van 'echte' wetenschap, of omdat haar conclusies politiek welgevallig zijn voor de linkse media. Misschien is dat omdat deze studies zich bezighouden met zaken waar een groot publiek instinctief de meerwaarde wel van aanvoelt: de betekenis en gevolgen van gedrag en kennis, van woorden en conversaties, van tekens en beeld. 

Het probleem: in de publieke ruimte wordt de discussie over de methoden waarmee deze zaken aan het licht komen, niet gevoerd. De ophef ontstaat na de journalistieke vertaling van sociaal onderzoek. Dan moet de wetenschapper zich  – terecht – verdedigen: de UvA-onderzoekers deden dit onder andere door te herhalen dat hun onderzoek 'exploratief' van aard was. Een poging om nieuwe vormen van dataverzameling uit te proberen. Maar tegen die tijd is de mediakaravaan weer verder getrokken, en het imago van de wetenschapper wat blikschade rijker. 

Wat is de journalistieke meerwaarde van een puur exploratieve studie, vraagt u zich af? Het antwoord daarop ligt bij de journalist. Maar dat pleit de zachte wetenschap niet vrij: zij moet aan de bak om haar aanpak duidelijker uit te leggen, en haar expertise te verdedigen. Dat Popper hier niet centraal staat, is nu wel helder. Maar wat is het dan wél? ​Diggit Magazine gaat de uitdaging aan. Vanaf vandaag beginnen we een reeks artikelen waarin sociaal- en geesteswetenschappelijke onderzoekers hun methoden verklaren. Prof. Jan Blommaert doet de aftrap