marrakesh pact, elchardus, antiverlichting

Het Marrakesh-pact, Elchardus en de hedendaagse antiverlichtingstraditie

6 minutes to read
Column
Ico Maly
21/11/2018

Mark Elchardus schiet in De Morgen met scherp op de zogenaamde Marrakesh-verklaring. De reden? Het pact vertrekt niet vanuit het categorische onderscheid tussen ‘legale en illegale migratie’. In Elchardus’ aanval zien we de hedendaagse antiverlichtingstraditie in vol ornaat opduiken. 

De Marrakesh-verklaring en 'Illegale migratie'

De centrale idee die Elchardus’ opinie structureert is het primaat van de natiestaat. Migratie wordt begrepen als een bedreiging van de natie (vaak door hem beschreven in sociaaldemocratische termen zoals ‘onze verzorgingsstaat'). Bijgevolg, moeten natie en Europa de macht hebben om (1) illegale migratie te definiëren en (2) ‘illegale migratie, via positieve en negatieve stimuli, radicaal (te) ontmoedigen’. 

Het is een spijker waar Elchardus al langer op slaat. Staten moeten niet alleen de macht hebben om 'illegale migranten' te weigeren, ze moeten dat ‘radicaal’ kunnen afdwingen. Dit onderscheid tussen illegaal en legaal wordt steeds als een soort ‘common sense’ gehanteerd. Iets dat geen uitleg behoeft, en voor iedereen duidelijk is. Het is dat onderscheid dat ook Francken hanteert om zich als 'streng maar rechtvaardig' te communiceren. Het komt ook met de suggestie dat het een politiek-neutraal oordeel betreft. Legale migranten zijn goed, illegale migranten zijn slecht.

De aanbevelingen die Elchardus aanhaalt als zogenaamde ‘facilitators van illegale migratie’, zijn weinig radicale interventies ter vrijwaring van bestaande mensenrechten.

Het onderscheid tussen legaal en illegaal wordt impliciet in individuele termen begrepen. Of je nu in die categorie valt of niet, hangt af van wie jij bent als migrant. En wat je gedaan hebt. Het wordt voorgesteld als een ‘eigenschap’ van de migrant en zijn of haar specifieke migratietraject. In die logica wordt men een 'illegale migrant' door individuele keuze. De illegale migrant is iemand die willens nillens toch migreert. Vandaar ook het idee dat de 'illegale migrant' een economische profiteur is, of iemand met slechte bedoelingen. Het debat wordt bijgevolg gevoerd aan de hand van psychologische en attitudinelekaraktereigenschappen van migranten (denk aan de verantwoordelijkheid van ouders in het geval van Mawda).

Dit discours schept een normaliteit en een beleid. Het zorgt ervoor dat de kern van de macht en dus de structurele dimensies die migratie organiseren stelselmatig worden onderbelicht. De staat als actor in de constructie van 'illegale migratie' wordt bijvoorbeeld nog maar zelden expliciet gemaakt. De 'illegale migrant' is niet alleen een categorische uitspraak, het is een performatieve daad. Enkel ‘ons oordeel’ over de legitimiteit van hun migratieredenen is van belang. 

Het zijn de staten die de migranten categoriseren als illegaal en hen ook dusdanig behandelen. En de definitie van die categorieën is het gevolg van politieke strijd. De categorie 'illegale migrant' wordt steeds ruimer, die van de legale migratie steeds nauwer. De categorie weerspiegelt 'onze wens' om minder migranten toe te laten. De 'illegale migrant' wordt behandeld als een bedreiging voor onze lonen, onze welvaartstaat en veiligheid. Die migrant moeten we blijkbaar met alle middelen kunnen tegenhouden, ontmoedigen en terugsturen. Altijd, en overal. 

Migranten en mensenrechten

De boodschap die Elchardus, net zoals alle Nieuw Rechtse partijen en politici, uitdraagt is dat dit type migrant onze steun niet verdient. Dat is voor hem de kern van elk migratiebeleid. Hier zie je de politieke lading en functie van het label ‘illegale migrant’ nogmaals heel duidelijk. Het is een retorisch instrument om een nationalistisch migratiebeleid te voeren.

Het belang van de natie staat centraal, niet het daadwerkelijk uitwerken van een effectief en humanistisch migratiebeleid. Dit uitgangspunt deelt Elchardus met alle partijen en landen die zich verzetten tegen dit pact. Van N-VA tot de AFD, van Kurz tot Orban en Trump: ze weigeren zich te engageren vanuit nationalistische overwegingen. Ze doen het allemaal in naam van hun natie, hun grenzen en hun cultuur. 

De essentie van Elchardus' woede is gericht op het feit dat de Marrakesh-verklaring vertrekt vanuit de premisse dat een migratiebeleid niet ten koste mag gaan van mensenrechten.

De grond van dit verzet, is een verzet tegen de idee van Universele Mensenrechten. Het ‘Global compact for safe, orderly and regular migration' organiseert helemaal geen migratie en moedigt al helemaal geen migratie aan. Het vertrekt wel vanuit de empirische vaststelling dat migratie een realiteit is. En het vertrekt vanuit de vaststelling dat gezien de globale ecologische, economische en sociaalpolitieke ontwikkelingen alles erop wijst dat migratie enkel maar zal toenemen. Migratie is een structureel en een globaal gegeven, en het vergt bijgevolg een beleid dat transnationaal is. 

Er is meer. Het verdrag vertrekt vanuit het idee dat elk individu mensenrechten heeft, en dat migreren niet betekent dat men die mensenrechten verliest. Centraal staat het welbevinden van elke mens, met zijn rechten. De Marrakesh-verklaring vertrekt dus vanuit een heel andere politiek-ideologische traditie dan criticasters als Elchardus: namelijk die van de radicale verlichting. Ze weigert mensenrechten af te breken. 

Net zoals in de 18de, 19de en 20steeeuw, reageren antiverlichtingsdenkers woedend op die premisse. Altijd al, werden die verdomde ‘abstracte rechten’ neergezet als aanvallen op de natie. En ook vandaag, 70 jaar na de ondertekening van de Universele verklaring van de rechten van de mens, en 229 jaar na de Franse revolutie, wekt deze radicale verlichtingsgedachte de hoon op van haar politieke en intellectuele criticasters. 

Migratiebeleid en mensenrechten

De Marrakesh-verklaring wordt door Elchardus beschreven met concepten en ideeën die niet zouden misstaan in nieuw rechtse (complot)-theorieën. Net zoals deze theorieën, verkoopt hij de idee dat  ‘de kosmopolieten’ de natie uitverkopen, dat ze migratie organiseren en de mensen willen 'blue pillen'.

Toegegeven, het wordt allemaal subtieler verpakt in een pleidooi voor onze rechtsstaat, tegen het organiseren van loondumping en voor het behoud van het recht op ‘waarheid’, maar in essentie verhaalt Elchardus een klassieke nieuw rechtse karikatuur. De VN wordt door hem neergezet als een orgaan dat media (en dé mensen) oplegt wat te denken over migratie, een zwarte economie (met uitgebuite illegale migranten) organiseert ten koste van ‘de gewone man’ en als een facilitator van illegale migratie. 

De aanbevelingen die Elchardus aanhaalt als zogenaamde ‘facilitators van illegale migratie’, zijn echter weinig radicale interventies ter vrijwaring van bestaande mensenrechten. Zo chargeert Elchardus op het feit dat het verdrag stelt dat 'langdurige opsluiting in gesloten centra' moet vermeden worden. Nochtans gaat dit over het vrijwaren van mensenrechten. Migranten zijn geen criminelen. Het is op dit punt dat we nogmaals de perversie zien van het label ‘illegale migratie’. Het label wordt niet louter gebruikt om bepaalde migranten te weigeren, het wordt vooral gebruikt om die migranten hun mensenrechten te ontzeggen. 

De essentie van Elchardus' woede is gericht op het feit dat het Compact vertrekt vanuit de premisse dat een migratiebeleid niet ten koste mag gaan van mensenrechten. Omgaan met migratie, betekent vanuit de logica van het Compact dat (1) de Mensenrechten gerespecteerd moeten worden en (2) de oplossingen voor migratie structurele maatregelen behoeven.

Het is helemaal niet zo dat dit document migratie opzet, aanmoedigt of faciliteert. Dat is een Nieuw Rechtse mythe die Elchardus hier herkauwt en in een sociaal jasje tracht te stoppen. Het Compact zet  bovendien wel degelijk in op het verminderen van migratie. Migratie wordt in het Marrakesh-pact begrepen als een structureel gegeven, gelinkt aan de lokale sociale, economische, politieke en ecologische context. Vertrekkend vanuit de wetenschappelijke kennis over migratie (objectief 1 van het compact) wordt gepleit voor structurele oplossingen: landen verbinden zich ertoe ‘de drivers en structurele factoren aanpakken die mensen aanzetten om hun land van oorsprong’ te verlaten (objectief 2). 

De analyse die ten grondslag ligt aan dat pact, is dat de hefbomen om een succesvol en mensenrechten-respecterend migratiebeleid te realiseren zich op globale schaal situeren. De ecologische rampen die nu en in de toekomst nog veel meer migratie zullen veroorzaken, kunnen niet opgelost worden op nationale schaal. En hetzelfde geldt voor de politieke, economische en sociale drivers. Migratie is een globaal fenomeen en kan slechts globaal aangepakt worden. Een succesvol migratiebeleid is transnationaal en vereist dus samenwerking tussen landen.

De natie versus de niversele mensenrechten 

Net omdat het Marrakesh-verdrag mensenrechten en globale beleidsvorming centraal zet, wekt het de toorn op van de hedendaagse antiverlichtingsdenkers en politici. Om zijn kritiek enigzins te kunnen verkopen als progressief en sociaal fietst Elchardus netjes om de essentie heen, namelijk dat het Compact vertrekt vanuit het perspectief van de Universele Mensenrechten. Hij construeert een fictieve vijand (de VN als organisator van illegale migratie) en valt hem daar op aan.

Elke strijd voor mensenrechten in de context van migratie wordt neergezet als pleiten voor open grenzen en de destructie van het Avondland. Dergelijke nationalistische kritiek valt in wezen ieders mensenrechten aan. Elchardus versterkt daarbij een klassieke nieuw rechtse mythe: dat er kosmopolieten zijn die landen kapot willen maken door migratie te organiseren. Die mythe ondermijnt de universele dimensie van de mensenrechten en staat ook elke oplossing voor migratie in de weg. 

Het opkomen voor mensenrechten van alle migranten is niet hetzelfde als een pleidooi houden voor open grenzen, of voor migratie, zoals de hedendaagse antiverlichtingsdenkers ons willen doen geloven. Het betekent wel dat mensenrechten niet als een vodje papier kunnen worden gebruikt  en dat de oplossingen voor migratie op een andere schaal moeten gezocht worden dan de nationale schaal.

Migratie ten gronde reguleren op nationale schaal is onmogelijk, net omdat de hefbomen van een globaal fenomeen zich op een globale schaal bevinden. Vanuit een nationalistische en nationale  logica, is het antwoord op migratie een steeds verdere aanval op de mensenrechten. Dat zien we nu al bijna vier decennia met lede ogen aan. Het gevolg is dat overal ter wereld de antiverlichtingstraditie terug in opmars is.