De Haagse Markt is een voorbeeld voor de superdiverse samenleving

Over de negatieve beeldvorming van Haagse wijken, Marokkanen, Turken en Moslims

7 minutes to read
Article
Mariska van Schijndel
20/09/2017

Twee jaar geleden besloot ik, als studente wonend in Den Haag, om mijn boodschappen te doen op de Haagse Markt. Toen ik dit vertelde aan een mede-student International Studies, antwoordde hij: ''Jij bent moedig, als blank meisje alleen op de Haagse Markt.'' Zelf deed hij altijd 'veilig' zijn boodschappen bij de Albert Heijn. 

Een groot aantal Nederlanders is gek van Duitse kerstmarkten, maar velen zijn nog terughoudend wanneer het over de Haagse Markt gaat. ''Kijk wel uit hè, want je weet maar nooit,'' is een advies dat ik meerdere malen mee heb gekregen. Hoewel hun prijzen blijven stijgen, zijn de vele Haagse supermarkten nog altijd goed gevuld. Dezelfde producten (en vele andere, die niet in de supermarkt te vinden zijn) liggen een stukje verderop voor een prikkie in de marktkramen klaar. Doordat er relatief weinig blanke Nederlanders te zien zijn op de Haagse Markt, in vergelijking met de rest van Den Haag, ontstond de grap dat ik de 'buitenlander van de Haagse Markt' ben. Vreemd eigenlijk, want zo ervaar ik het niet. Waar komt die terughoudende houding dan vandaan?

Beeldvorming Schilderswijk en Transvaal

Met drie looppaden van ruim 800 meter lang is De Haagse Markt de grootste onoverdekte warenmarkt van Nederland en behoort ze tot één van de grootste markten van Europa. Ze ligt op de grens van de wijken Transvaal en Schilderswijk. Deze wijken, met name de Schilderswijk, zijn over het algemeen niet geliefd. Nieuwsberichten over steeds terugkerende rellen, armoede en radicalisering in de Schilderswijk voeren de boventoon. Om het imago ervan op te poetsen bezocht koning Willem-Alexander de Schilderswijk en de Haagse Markt in maart 2016. Daarnaast organiseren enkele buurtbewoners wandelingen door de wijk om de positieve kanten van de Schilderswijk te laten zien. Desondanks steekt de slechte reputatie er nog altijd met kop en schouders bovenuit. Het probleem ligt dan ook niet enkel bij de negatieve beeldvorming van de wijk, maar ligt indirect ook bij de negatieve beeldvorming van Marokkanen, Turken en moslims. Marokkanen en Turken vormen de twee grootste bevolkingsgroepen van de wijken Transvaal en Schilderswijk. Dan is de uitspraak ''als Marokkaan in de Schilderswijk sta je met 2-0 achter'' zo gek nog niet.

'Het Marokkanenprobleem'

In de Nederlandse media wordt veel aandacht besteed aan het zogenaamde 'Marokkanenprobleem' (Bettink, 2013, p. 11). Negatieve berichtgeving over Marokkanen is niets nieuws onder de zon. Hetzelfde geldt dus voor de Haagse wijken die beschouwd worden als Marokkaanse buurten. In het Marokkanendiscours, waarin Marokkanen automatisch over één kam geschoren worden, is 'Marokkaan' per definitie niet goed. Het verwijzen naar rapper Ali B. als 'knuffelmarokkaan' door de media is hier een voorbeeld van. Het geeft aan dat een Marokkaan normaal gesproken niet gezien wordt als 'knuffelbaar'. Nog nooit hebben we van zoiets gehoord als een 'knuffelnederlander'.

Niet alleen in de media, maar ook in het politieke discours worden Marokkanen vaak als 'probleemgroep' gezien. Het 'Marokkanendebat' in de Tweede Kamer in 2013 en Wilders' 'meer of minder Marokkanen'-uitspraak bevestigen dit. De groei van de PVV - Wilders' partij die Marokkanen en moslims demoniseert - laat zien dat stemmers beïnvloed zijn door de negatieve beeldvorming in de politiek. 

Doordat Turken en Marokkanen vaak simpelweg als moslims beschouwd worden, wordt het onderscheid tussen Turken en Marokkanen ook niet gemaakt

Ook in het maatschappelijke discours worden Marokkanen vaak slecht afgebeeld, zo zijn er veel populaire boeken geschreven die het 'Marokkanenprobleem' bevestigen (Bettink, 2013, p. 11), bijvoorbeeld het boek 'Marokkanendrama' (2007) van onderzoeksjournaliste Jurgens. 

Daarnaast is het discours ook zichtbaar in het dagelijks leven. Stereotyperende 'grappen' en uitspraken over Marokkanen zijn genormaliseerd en hoor ik nog al te vaak in eigen omgeving. Stereotyperingen zijn het gevolg van wij-zij-denken, dit wordt ook wel het 'othering' genoemd. In dit proces worden groepen mensen gepositioneerd als 'de anderen' en omschreven en behandeld als gescheiden, afstandelijk en ontbonden van de eigen groep. Hierbij komt kijken dat negatieve kenmerken vaak worden toegekend aan 'de ander' en postieve kenmerken aan de eigen groep (Bettink, 2013, p. 14). 

Dezelfde soort opmerkingen en 'grappen' worden gemaakt over moslims, aangezien het verschil tussen ethniciteit en religie irrelevant begint te worden (Turner, 2011, p. 103). Hierdoor wordt het onderscheid tussen een Marokkaan of Turk en een moslim vaak niet gemaakt. Dit zorgt ervoor dat moslims vaak indirect onderdeel zijn van het 'Marokkanenprobleem' en vice versa. Negatieve beeldvorming van de Islam straalt dan weer af op mensen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond. Doordat Turken en Marokkanen vaak simpelweg als moslim beschouwd worden, wordt het onderscheid tussen Turken en Marokkanen ook niet gemaakt. Door dit gebrek aan onderscheid wordt met het beledigen van de ene groep ook de andere beledigd. Toen Wilders het bijvoorbeeld had over Marokkanen werden alle moslims en Turken daar indirect ook door beledigd. 

Het idee dat de Schilderswijk en Transvaal enkel Turkse of Marokkaanse buurten zijn klopt echter niet. In totaal is 28 procent Turks en 20 procent Marokkaans. 18 procent is Surinaams. Verder wonen er Antillianen, Oost-Europezen, Indonesiërs, autochtonen en overige (niet-)Westerse allochtonen. Het is dus geen Marokkaanse of Turkse buurt, maar een superdiverse buurt.

Doordat de opgedrongen ideeën ervaren worden als de waarheid, is het lastig om ze te doorbreken

Er zit dus meer achter de opmerkingen die ik gehad heb van mensen in mijn omgeving dan je in eerste instantie zou denken. Het laat zien dat mensen bewuster moeten worden van het Marokkanendiscours en het discours over moslims, dan van het 'Marokkanenprobleem'. Het ‘Marokkanenprobleem’ is grotendeels het gevolg van deze discoursen. De negatieve beeldvorming  is een historisch gegroeid en politiek-ideologisch fenomeen (Maly, 2009, p. 7). Dit betekent dat beeldvorming geen betrekking heeft op de denkbeelden van louter één individu - zoals die van mijn oud-medestudent - maar over wijdverspreide en collectieve ideeën die worden doorgeven via media, politiek, onderwijs, opvoeding, gesprekken op straat, en zo nog meer. (Maly, 2009, p. 9). Deze elementen hebben de macht om negatief gedachtegoed over Marokkanen, Turken en moslims over te brengen en ze te presenteren als de norm of de werkelijkheid. Vooral de media spelen hier een grote rol in, omdat die niet alleen invloed hebben op de 'gewone' nieuwsconsument, maar ook op politiek en beleid (Maly, 2009, p. 10). De discoursen doen op deze manier mee aan het creeëren van sociaaleconomische en politieke ongelijkheid.

Het succes van de Haagse Markt

Doordat de ideeën die leven over moslims, Turken en Marokkanen ervaren worden als de waarheid, is het lastig om ze te doorbreken. Een stap in de goede richting is het bezoeken van de Haagse Markt, in plaats van haar te vermijden of zelfs te vrezen. Deze markt is een goed voorbeeld voor de superdiverse samenleving. De markt wordt lopend gehouden en bezocht door mensen van verschillende culturen, nationaliteiten, religies, etc. Er zijn gepassioneerde marktlui, vriendelijke mensen en er heerst een relaxte sfeer; ja, allemaal op de grens van de beruchte wijken waar relatief veel Marokkanen, Turken en moslims wonen.

Het bezoeken van de Haagse Markt kan je laten inzien dat vooroordelen die je dagelijks in de media of op straat hoort niet de waarheid vormen. Door groepen mensen te vermijden ontstaat er een gebrek aan contact, wat ervoor zorgt dat iemands kennis over multiculturaliteit en superdiversiteit beperkt is en grotendeels afkomstig is van de media. Hierdoor heeft de concrete negatieve beeldvorming meer impact. Contact met andere bevolkingsgroepen kan leiden tot meer begrip, acceptatie en een wederzijdse positieve beeldvorming (Bettink, 2013, p. 15). Dit heeft echter ook een keerzijde. Contact kan namelijk ook begrepen worden vanuit het dominante discours en zo het discours over Marokkanen, Turken en moslims bevestigen. Een voorwaarde is dus dat je moeite moet doen om deze discoursen te begrijpen.

Het bezoeken van de markt kan ons kritisch laten nadenken en ons laten inzien dat de opgedrongen heersende denkbeelden en stereotypen niet de waarheid zijn

Contact tussen mensen met verschillende achtergronden is er genoeg op de Haagse Markt. Er worden meer praatjes gemaakt dan in welke supermarkt dan ook. Hierdoor word je al na enkele bezoeken herkend door de kooplui en vragen velen hoe het met je gaat. Een jonge visboer vertelde mij eens hoeveel kiespijn hij had, maar de hele dag geen medicijnen kon slikken, omdat het de Ramadan was. Het was een snikhete dag, maar het gebrek aan water en de pijn konden zijn glimlach niet van zijn gezicht krijgen. Daar kan je alleen maar respect voor hebben.

Mijn ervaringen nemen het wij-zij onderscheid, dat vaak door de media opgelegd wordt, weg. Dit zorgt ervoor dat ik me niet 'de buitenlander van de Haagse Markt' voel. Het bezoeken van de markt geeft mij een positief beeld van Marokkanen, Turken en moslims; een beeld dat we niet zomaar in de media zien. Ik ervaar de markt als een succesvolle superdiverse samenleving op kleine schaal. In zo'n samenleving zijn we allemaal een minderheid en hebben we gelijke rechten. De Haagse Markt is dus niet alleen goed voor de portemonnee, maar kan ook een vorm van zelfverrijking betekenen voor alle bezoekers. Ze kan ons kritisch laten nadenken en ons laten inzien dat de heersende denkbeelden en stereotypen niet de waarheid zijn. 

Stereotypen staan dus los van concrete situaties waarin mensen hun gedrag organiseren. Dat betekent dat stereotypen niet over specifieke situaties gaan, maar enkel eigenschappen veralgemenen. De Haagse markt laat zien dat er in een wereld van conflicten en ongelijkheden tussen verschillende groepen plekken zijn waar sociaal gedrag anders verloopt. Op deze manier werkt de markt als een soort medicijn tegen stereotypen.

Het is echter erg lastig om de wijdverspreide negatieve beeldvorming van Marokkanen, Turken en moslims te doorbreken. De discoursen over Marokkanen en moslims kunnen niet zomaar verholpen worden met een bezoek aan de markt. Het vergt veel tijd en moeite om deze discoursen te begrijpen, om ze vervolgens de deur te wijzen. Het lijkt erop dat de media hiertoe (nog) niet in staat zijn. Nu ligt de taak bij de bevolking zelf.

 

Referenties

Bettink, C. (2013). 'Het Marokkanenprobleem': Oorzaak en effect van negatieve beeldvorming jegens Nederlandse jongeren met een Marokkaanse achtergrond.

Maly, I. (2009). De beschavingsmachine. Wij en de islam. Berchem: EPO.

Turner, B. (2011). Religion and Modern Society: Citizenship, Secularisation and the State. Cambridge: Cambridge University Press.